Mijn mooie, prachtige Toyah is niet meer !

De Prins in mijn header, is dood !

Ik vond het al vreemd dat hij er niet was toen ik opstond. Maar aangezien dat niet de eerste keer was, was ik niet in paniek.

Ik vond het wel vreemder dat hij er ook niet was toen ik terug kwam van het bloedgeven. Ook dat gebeurde wel eens. Hij was tenslotte een kater …

Ik geraakte stilletjes in paniek want hij niet kwam toen ik hem riep. Hij kwam altijd !

Om het uur heb ik staan roepen in de tuin maar hij kwam niet. De buren zullen me volledig gek hebben verklaard !

Op mijn verzoek is mijn schat vlug naar huis gekomen. We hebben nog eens geroepen en omdat hij niet kwam heeft hij zijn fiets genomen om in het gebuurte te gaan zoeken. Ik bleef thuis, just in case, nu volledig in paniek.

Al vlug kreeg ik telefoon : hij had mijn kater gevonden langs de kant van de expressweg op het fietspad ! Hij was dood !

Ik ben hem gaan halen en heb hem in mijn armen naar huis gedragen.

Ik heb afscheid genomen terwijl mijn liefste zijn grafje maakte in de tuin, naast Rufo.

Ik ben weer een kind kwijt ! Ik weet dat die vergelijking niet op gaat, maar zo voelt het wel aan. Ik kan niet stoppen met huilen …

 

     

 

 

Nu weet ik waarom …

Ik was al een hele tijd zeer onrustig.

Ik sliep slecht – kwam zeer vaak wakker en kon de slaap niet direct meer vatten. Straf vervelend wanneer je moet gaan werken. Het was dan heel de dag me voort slepen en gapen. Om dan rond 23 uur klaar wakker te zijn, natuurlijk rond de tijd dat ik wil gaan slapen …

Ook tijdens de dag kon ik me het gevoel niet van me afschudden dat er een groot onheil boven mijn hoof ging. Er zou iets ergs gebeuren met iemand uit mijn (dichte) omgeving. Moest het niet zijn dat mijn moeder ook vaak zo’n gewaarwordingen had, vaak wanneer ik het ook voelde want we belden dan naar elkaar om het te bevestigen, en het dan ook nog uitkwam; ik zou er mee lachen. Ik kon dat gevoel niet van me afschudden. Het werkte ook op mijn humeur.

Ik heb zelfs een brief geschreven naar de familie van mijn moeder, die ik sinds haar begrafenis niet meer gezien heb. Misschien dat er daar iets verkeerd gegaan was ?

Ik wist zeker dat met mijn zus alles ok was, want die had ik al aan de telefoon gehad.

Het was straf vervelend en een heel akelig gevoel.

Nu is mijn euro gevallen : vandaag is het 28 jaar geleden dat mijn vader gestorven is.  

Alle vorige jaren beleefde ik de laatste weken van zijn leven dag voor dag opnieuw. Met de nodige tranen en frustraties erbij. Dit jaar was dat niet zo. Ik heb het dit keer ‘anders’ ondervonden.

Nu ik weet waar dat akelig gevoel vandaan komt, is het weg. Heel vreemd. Alsof hij gerust is dat hij nog niet vergeten is. Dat is zeker niet het geval want er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk en geen week dat ik niet over hem spreek.

Ik kan maar 1 ding zeggen : Papa, ik ben je nog niet vergeten en mis je nog steeds ! Ik vraag me steeds af hoe ons leven er had uitgezien als jij ons niet zo vlug was ontvallen. Jij was ons anker. Jij hield de familie bijeen. We konden altijd bij jou terecht voor raad. Je hielp ons waar en wanneer je maar kon.

Ik heb soms het gevoel dat ik maar wat aanmodder zonder hem. Heel vaak vraag ik hem nog om raad bij het nemen van een belangrijke beslissing en heel vaak heb ik dan het gevoel dat hij er is om me te leiden. Dat is een fijn gevoel. Ik voel me dan gesterkt in mijn besluit. Hij is misschien uit mijn leven maar zeker nog niet uit mijn hart.

Mijn moeder (6)

Dit is het slot en de epiloog.

Toen mijn zus scheidde van haar man vond ze dat jammer en verstond het niet echt goed. Waarom konden ze niet meer samen blijven ? Ze konden het toch uitpraten of negeren ?

Op mijn vraag waarom zij nooit gescheiden heeft van papa zei ze : Waar moest ik naar toe met 3 kinderen ? Ik had geen werk, geen inkomen. Je denkt toch niet dat je vader me zou toegelaten hebben dat ik zijn kinderen van hem af nam, hé. Ik ben altijd Madamme R(familienaam) gebleven. En zie me nu : baas in eigen huis! Ik zou het niet gekund hebben !

Toen ik van mijn man scheidde vond ze het jammer dat ik uit mijn huis ging (!). Ik moest beter mijn best doen en in mijn huis blijven. Yeah right ! Toen de volgende relatie ook niet uitdraaide zoals ik gedacht had en mijn hart gebroken was vond ze dat het mijn eigen schuld was : Je had maar bij je man en in je huis moeten blijven ! Bedankt, mama. Net wat ik wilde horen. Troosten heeft ze me niet gedaan. Integendeel : toen ik zat te snotteren, hoorde ze iemand binnen komen en ze zei : Stop nu maar, hou nu maar op. Er is daar iemand. Die belachelijke schone schijn ! Bah !

Toen mijn broer en zijn vrouw enkele jaren geleden, na 25 jaar huwelijk, uit elkaar gingen was ze er het hart van in. Ze heeft er echt onder geleden. Haar enige troost was dat mijn broer terug bij haar komen wonen is. Hij woonde er nog toen ze stierf op 14 januari 2011.

In de loop der jaren, na mijn vaders dood, werd ze gul met haar geld. Wie er nodig had en erom vroeg, kon er krijgen. Mijn broer had er geen problemen mee om boven zijn stand te leven en dan geld te vragen. Ze gaf graag. Toen mijn zus of ik eens iets vroegen, wat we zelden deden want we waren te trots, paste het nu net niet want ze had zojuist aan broer gegeven. Tot we niets meer vroegen en met lede ogen zagen hoe ze haar zuur gespaarde centen weg gaf aan altijd maar dezelfde. Toen ik mijn broer er eens over aansprak zei hij : ‘Je moet ook maar geld vragen, hé. Ze heeft er toch genoeg.’ In mijn mond geblazen bedacht ik : ik val nog liever dood ! Ik kan tenminste zeggen dat ik het helemaal alleen heb verwezenlijkt maar daar had hij geen goesting voor.

De laatste jaren was er nog maar 1 die goed was : mijn broer. Dat hij failliet gegaan was, was pech. Die jongen heeft toch ook nooit geluk, hé. Dat hij veel huishuur moest betalen vond ze erg, maar het was toch zo’n mooi ingericht huis. Zij deden zoveel voor haar : om boodschappen gaan (en ook voor hen wat zij dan betaalde), het gras komen afrijden (voor een vergoeding), komen kuisen (voor drinkgeld), … Een ander moet ik ook betalen. Ja, maar niet zoveel ! Zijn zoon wil een nieuwe gsm van 300 euro ? Geen probleem : Marain zal het wel betalen. Haar eerste kleinkind, de dochter van mijn zus, komt wenen dat ze haar verkeersboetes en autoverzekering niet kan betalen ? Geen probleem : Marain zal helpen. Ze had op een gegeven moment 4 miljoen Bf staan, bij haar dood was er nog 1 van over …

Begrijp me niet verkeer : het gaat niet over het geld. Dat was van haar, daar had zij voor gespaard en mocht het geven aan wie ze wilde. Dat heeft ze ook gedaan, zelfs na haar dood. Maar soms deed het wel pijn. Waarom niet aan alle 3 haar kinderen gelijk geven ? Wij konden het ook gebruiken, hoor. Ik zal het nooit weten.

Wat mij meer pijn deed was het feit dat ik niets meer goed kon doen : ik had niet de ‘juiste’ kleren aan om ‘op de bureau’ te werken (het had geen zin om te zeggen dat iedereen er op mijn werk er zo bij loopt). Ik moest hoogdringend mijn lange haren afknippen en laten ‘coifferen’. Op jouw leeftijd is dat niet meer mooi ! (Ik was toen 25 jaar).

Toen ik alleen ging wonen was ik een hoer. Ze vergat voor de gelegenheid dat mijn zus en haar gezin op het gelijkvloers woonde en mijn broer met zijn gezin op de eerste verdieping. Ik woonde op de (heringerichte) zolders. Het was in mijn vaders ouderlijk huis aan de rokerij. Ik werd goed in de gaten gehouden en alles werd overgebriefd en ik wist het ! Elke week moest ik horen dat ik nooit aan een deftige vent zou geraken !

Ik was de enige die elke week belde naar haar om te vragen of alles goed was, of ze niets nodig had en om af te spreken voor de boodschappen. Het was naar mij dat ze belde tijdens haar hartaanval.

Ik ben de enige die bezig was (is) haar eigen huis af te betalen, maar zelfs daar had ze geen schouderklopje voor over. Mijn huis was niet af en niet mooi ingericht met prullen. Ik had een krot gekocht (haar woorden) !

Ik werd verweten dat ik nooit iets voor haar gedaan had en dat ze alleen op mijn broer kon rekenen. Blijkbaar was ze vergeten dat eerst ik met haar boodschappen deed. Dat ik daarvoor verlof nam. Dat ik haar in mijn auto naar haar zuster in Houthulst bracht. Dat ik haar de tijd gaf om naar het graf van haar ouders te gaan of naar de ‘Grot’ zodat ze daar weer eens kon vertellen over hoeveel tijd ze daar had doorgebracht als kind. Ik was het die naar de apotheek reed als ze weer eens zonder pillen zat. Je moet komen want mijn pillen zijn op. Ik liet alles vallen en deed wat ze me vroeg. Mijn auto was altijd te vuil voor haar, maar was wel goed genoeg om haar te brengen waar ze wilde zijn.

Dat ik haar zelfs niet kwam bezoeken in het ziekenhuis ! Niet juist want ik ben haar elke dag gaan bezoeken en bracht haar zelfs naar huis, toch de eerste keren. Tot die keer dat ze zich van me weg draaide toen mijn broer binnen kwam om me, over haar schouder, te commanderen dat ik de (zijn) kinderen moest stil houden die in de gang aan het spelen waren, terwijl ze aan het fluisteren was tegen mijn broer ! Ik ben al wenend naar huis gereden.

Toen ze me, de laatste keer dat ik bij haar thuis was, na een incident waar ik niets mee te maken had, uitmaakte voor alles wat mooi en lelijk was, was ik zo verbijsterd dat ik niets kon uitbrengen. Ze schreeuwde allerlei verwijten tegen me over dingen waar ik voor niets tussen zat. Ze deed alsof het allemaal mijn schuld was, alsof ik er de oorzaak van was. Ook dingen van een ander schuifde ze in mijn schoenen. Pas toen mijn schat mijn handtas en mantel in mijn armen propte en me naar buiten duwde, kwam ik terug tot leven. Ik stond te schudden van de shock. Ik kon niet naar huis rijden want ik was zo aan het beven dat ik mijn sleutels niet kon vast houden. Mijn liefste heeft gereden. Onderweg en thuis heb ik onbedaarlijk zitten wenen als een klein kind. Steeds weer zeggend : ‘Dat is toch niet waar, hé ? Zo ben ik niet, hé ? Dat was niet ik, hé ? Dat was niet mijn schuld, hé ? Dan verdiende ik toch niet, hé ? Hoe durft ze me zo te beschuldigen ?’ Ik heb mijn mannemens nog nooit zo boos op iemand gezien. Hij was razend dat ze me op mijn knieën gekregen had door haar valse beschuldigingen. Toen ik eindelijk, ergens midden in de nacht, gekalmeerd was en besloot haar nooit meer de kans te geven om zo tegen me uit te varen en ik haar nooit meer wilde zien, vond hij dat een schitterend idee. Hij wist dat ik dan niet meer al wenend thuis zou komen na een bezoekje aan haar.

Toen ze de voorlaatste keer in het ziekenhuis lag zijn mijn zus en ik haar gaan bezoeken. Ze heeft zitten kletsen over koetjes en kalfjes. Ze lichtte op toen mijn broer binnen kwam. Op zijn vraag of ze blij was dat we er waren en wat ze vond van ons (ze had ons al bijna een jaar niet meer gezien) zei ze : ‘ Ze zijn wel erg vervet, hé.’ Dat was wat ik wilde horen van mijn moeder ! Dat ik dikker geworden was, wist ik ook wel. Het was niet daarom dat we gegaan waren. We zijn boos naar huis gereden.

Toen ze de volgende keer in het ziekenhuis lag, ik had haar dan alweer meer dan een jaar niet gezien, ben ik niet meer willen gaan. Het was haar laatste keer. Toen ze me belden om te zeggen dat ze ‘op het laatst’ was, ben ik ook niet geweest. Heb ik daar nu spijt van ? Heel misschien een heel, heel klein beetje … Maar de kans dat ze zou zeggen dat ze me graag zag en dat ze trots op me was, was enorm klein. En om weer de huid vol gescholden te worden … neen, bedankt.

Ik vind het vooral jammer dat we zo’n goede relatie hadden toen ik jong was en dat het helemaal kapot gegaan is door haar weigering me graag te zien en te accepteren zoals ik was/ben. Ze had kunnen zeggen dat ze trots op me was. Dat ik goed bezig was/ben. Dat ik er wel zou geraken en dat alles goed zou komen. Ze kon gelukkig zijn voor me of mijn verdriet delen. Is dat niet wat moeders (normaal gezien) doen ?

Ik weet niet wat er gebeurd is. Misschien heb ik, tijdens het ouder worden, laten blijken dat ik toch mijn eigen ding zou doen. Was ze ontgoocheld dat ik haar raad niet opvolgde ? Niet alles deed wat ze zei ? Leek ik teveel op haar of op mijn vader ? Ik zal het nooit weten.

Wat ik wel weet is dat ik haar niet echt mis. Het automatisme van ‘dit moet ik aan mama vertellen’ of ‘ik moet nog bellen naar mama’, was er al lang uit. Ik heb veel meer verdriet gehad bij het overlijden van mijn vader dan van haar. Dat vind ik erg, maar zo is het nu eenmaal.

Sentimente ziel !

Enkele dagen geleden hebben we gekeken naar de film : ‘Hachiko, A Dog’s Story’.

Ware het niet dat het met Richard Geere was, of ik zou het niet opgenomen hebben. Niet dat ik zo’n Geere fanaat ben, al is hij mooi om te bekijken, ik vind hem ook goed acteren en heb nog niet veel ‘draken’ van films gezien waarin hij meedoet.

De film begint met een jongen die een spreekbeurt geeft over ‘My Hero’ en hij vertelt over Hachi, de hond van zijn grootvader. Het gaat eigenlijk over een Professor (Geere) die een pup vindt in het station en omdat er niemand om komt besluit de familie het lief hondje te houden. De vraag is : wie heeft wie gekozen/gevonden ?

De hond neemt de gewoonte aan om met zijn ‘baasje’ mee te gaan naar het station en er ’s avonds weer te zijn tegen dat de man terug komt. Mijn ogen vochtig.

Op een dag wil Hachi opeens wel met de bal spelen maar de man moet de trein nemen en gaat toch werken. Je raadt het al : hij krijgt ‘iets’ aan zijn hart (?), sterft en komt niet meer thuis (met de trein). De hond blijft op hem wachten. Ik bléten.

De weduwe verhuist en de dochter neemt Hachi mee naar haar huis, de hond gaat bij hen weg, legt een lang weg af om terug op ‘zijn’ plaats te wachten op zijn baasje. Ik bléten.

De seizoenen gaan voorbij, de hond blijft op post. Hij gaat ’s avonds slapen onder een trein om de volgende dag daar opnieuw te wachten. De treinreizigers en omwonenden geven hem eten en hij wijkt geen moment van zijn plaatsje. Ik bléten.

Na 10 jaar komt de weduwe naar het graf van haar man en ziet de (oude) hond zitten op zijn plekje. Ze wacht eventjes samen met hem. Ik snikken.

Volgende beeld : De bejaarde hond legt zijn hoofd op zijn voorpoten, wij ‘zien’ hem spelen met zijn baasje en ‘zien’ ook dat de man door de deuren komt en Hachi begroet … ze zijn weer samen. De hond is dood. Ik snikken.

De kleinzoon beëindigd zijn spreekbeurt en alle ogen in de klas zijn vochtig. De mijne ook.

We zien de kleinzoon met een pup, van hetzelfde ras en met dezelfde naam, spelen. De film is gedaan. Ik huilen.

Dan lees ik dat het een waargebeurd verhaal is : de echte Hachiko heeft 9 jaar gewacht op zijn dode baasje aan een treinstation in Tokyo ! Ze hebben zelfs een standbeeld gezet op de plaats waar hij altijd wachtte en tonen dat standbeeld. Ik huil met lange snikken. Mijn hart breekt en het duurt even voor ik kan stoppen.

Nog een geluk dat mijn schat weet hoe ik ineen zit en dat hij ook met zijn zakdoek aan zijn ogen moest wrijven, de lieverd.

De volgende dag vertel ik de film aan de collega’s van mijn eiland en weer zit ik te snotteren. Zo erg zelfs dat er sommige andere collega’s van een andere eiland dachten dat er iets ergs gebeurd was. Tussen mijn tranen door wist ik hen te verzekeren dat ik een film aan het vertellen was. Sommige hadden er geen begrip voor, andere dan weer wel.

Ik weet zelf niet hoe het komt dat ik me zo kan inleven in een film. Dat het is alsof het met mij gebeurd, alsof ik sterf, alsof er op mij gewacht wordt, alsof ik het ben die wacht, …

Die arme, lieve hond. Wat zou er door zijn hoofdje gegaan zijn ? Zou hij ooit de moed verloren hebben ? Ooit gedacht hebben dat hij zijn baasje nog zou terug zien ? Of zou hij daar, na een tijdje, gewoon uit gewoonte hebben blijven zitten ? Ik mag er niet aan denken of ik begin opnieuw te snikken.

Ik, een sentimentele ziel ? Wat denk jij en waar word jij sentimenteel van ?

Kan je scheiden van je eigen familie ?

Zo ja, ik zou het echt overwegen. Pff !

Deze middag heb ik de akte van nalantenschap opgehaald bij de notaris. Vlug bij mijn broer en zus langs geweest zodat ze het origineel konden ondertekenen en gelijk een kopie afgegeven. Dan terug naar de notaris met het ondertekende origineel zodat het kan ingediend worden.

Zoals heel duidelijk werd gesteld in de begeleidende brief, was dit maar een voorlopige akte met een fictief bedrag voor het huis. Dit is nodig om te kunnen neerleggen. De reeële kosten, legaten en erfenis wordt bepaald bij de verkoop van het huis, dan pas is het echte verkoopbedrag gekend.

Het is nu al begonnen : de ene krijgt teveel, de ander is een profiteur. De een moet dat, de ander mag dat niet (meer). …  En ik zit daar tussen in ! Pff !

Er wordt gezaagd en ruzie gemaakt over enkele duizend euro ! Hoe is dat toch mogelijk !?! Het is niet dat we er zo op zitten te wachten. Elk van ons komt goed rond met wat we verdienen dat het daar nu niet op aan komt. Pff !

Ik denk dat ik bij de verkoopakte, wanneer de echte bedragen gekend zijn en de verdeling exact gebeurt, zal verstek geven en vragen om apart te mogen gaan tekenen. Er zal daar geroepen worden tot in het centrum van ’t Stad ! Pff !

Zwijg toch als het geld over gaat, hé. Ik wist het ! Ik wist het ! Ik wist het ! Pff !

Kan je dat ? Scheiden van je familie ? Eventueel tijdelijk ?

Pff !

You don’t want to know

Jullie willen niet weten welke 13de ik weer heb moeten ondergaan !

Het begon weer schitterend :

  • Ik kom uit bed en val op de grond. Ik weet niet hoe het komt. (Blauwe knie – gelukkig niet mijn dikke)
  • Ik wil mijn voeten in mijn pantoffels steken en schop er ene onder het bed. (Godver-de-godver-de-godver)
  • Ik trek de gordijnen open en de boel valt naar beneden. (Bijna hartaanval van ’t verschieten)
  • Ik loop tegen een deurpost. (Blauwe plek aan mijn schouder)
  • Op de trap struikel ik en val bijna. (Bijna hartaanval)
  • Ik struikel over een kat en val bijna. (Mompel-de-mompel-de-mompel)
  • Ik giet mijn glas multivitaminen grotendeels in mijn décoleté ipv in mijn mond. (Om dood te vallen)
  • Ik struikel bij het binnen gaan van de douche. (Hoe is dat nu mogelijk)
  • Mijn voet schuift weg bij het buiten komen van de douche. (Bijna hartaanval)
  • Ik verslik me bij het eten van mijn ontbijt. (Bijna gestikt)
  • Wat ik tijdens het poetsen van mijn tanden heb uitgespookt is hier niet deftig onder woorden te brengen. (Niet te doen)
  • Bij de derde poging het zwart rond mijn ogen een beetje deftig gekregen. (Mompel-de-mompel-de-mompel)
  • Mijn tas laten vallen in de uitgietbak – gelukkig niet gebroken. (Godverd*mme)
  • Mijn handtas wilde niet in mijn (zeer grote) draagtas. (Bijna in tranen uitgebarsten)
  • Gelukkig zonder ongelukken, want heel voorzichtig gereden, aangekomen op het werk. (Oef)
  • De lift blokkeert (Maar ja, dat kan er ook nog bij) maar gaat dan gelukkig weer verder.
  • Bij het uitladen van de draagtas vallen mijn propere tas (gelukkig niet gebroken) en alle sigaretten uit het pakje. (Dat is toch Godgeklaagd)
  • Op weg naar de collega’s om een handje te geven 2 keer gestruikeld (mompel-de-mompel-de-mompel) en tegen 1 bureau gelopen. (Blauwe plek op mijn bil)

Het was toen pas 7u40 !  Need I say more ?

Pfffffffff ! Volgende maand blijf ik in bed !

Afscheid van Bobo.

Deze morgen rond 7 uur krijg ik een bericht : ‘Bobo zou dood zijn. Weten jullie van iets ? ‘ Neen, we dachten dat hij vrolijk aan het werk was. Dat we binnenkort contact zouden hebben om af te spreken en weer eens samen te komen.

Zijn gsm was blijkbaar niet in werking. Zeer vreemd ! De persoon die het aan die vriendin gemeld had was steeds in gesprek. Wij zijn zeer ongerust naar het werk vertrokken.

010508-0007Even voor 10 uur belde de vriendin met de triestige melding dat onze goede vriend Bobo zich op 23 augustus (!) van het leven had beroofd en dat hij in alle stilte al begraven was ! Ik heb dan ook mijn schat verwittigd en hoorde hem bleek worden. Ik ben beginnen wenen en kan niet meer stoppen !

Ik ben naar huis gekomen. Hier in mijn cocoon kan ik snikken, huilen, roken en snotteren zonder spiedende ogen. Zonder dat ik me ‘groot’ moet houden. Hier kan ik mezelf zijn. Ik, mijn poezen en mijn verdriet.tn_IMG_7102

Als ik denk aan ons feestje, hoe hij zich geamuseerd heeft en wij met hem. Hoe hij de volgende dag zo zijn best heeft gedaan om me niet te wekken met zijn luide, zware stem. Hoe we zitten napraten, vertellen en gelachen hebben, kom ik niet meer bij.

Ik kijk naar mijn nieuwe ringen, waarvan hij er 1,5 heeft betaald voor mijn verjaardag, en ik moet me inhouden om niet opnieuw te krijsen …

We hebben zijn mailadres (opnieuw) gekregen zodat we vlugger/gemakkelijker met elkaar zouden kunnen afspreken. We zouden zeker niet wachten tot 1 mei om elkaar terug te zien. Heel zeker niet ! Nog voor Nieuwjaar zouden we samen, met z’n 3-en, nog eens een avond-met-ochtend (hij zou weer blijven slapen op de zetel) lachend en drinkend doorbrengen.

tn_IMG_0128Uit niets bleek dat hij met een ‘ei’ zat of dat er iets verkeerd was (in zijn hoofd). Integendeel ! Ik heb hem nog, op zijn verzoek, alle foto’s van het feestje doorgezonden zodat hij, zoals hij het zelf zei : ‘nog eens goed kon lachen met alle dronken koppen’.

Ik voel me zo onmachtig. Ik voel z’n pijn, zo’n gemis … Het is niet eerlijk !

Wie zal er nu voor me zorgen op 1 mei, wanneer mijn schat zijn foto’s tn_IMG_6420neemt ?  Met wie zal ik nu staan lullen en zeveren ? Wie zal me voor het podium brengen wanneer ik wil dansen ? Wie zal me drank bezorgen als ik de bar niet meer vind ? Wie zal mijn haar ophouden wanneer ik moet overgeven ?

Bobo, we zullen elkaar nog terug zien. Daar ben ik zeker van. Dan moet je me eens uitleggen waarom en waarom je niets hebt laten blijken zodat we je misschien die finale daad hadden kunnen uit je hoofd praten. Ik weet nog, bij ons gesprek over Yasmine, dat je zei : als je zoiets wil doen, moet je er niet over kletsen maar gewoon doen ! Ewel, je hebt het gedaan, net zoals je gezegd had, maar toch …

Ik zal je missen. Het ga je goed. Hopelijk heb je nu vrede.

Ja, ik heb het zwaar …