De beslissing is genomen.

Met een zeer klein hartje heb ik het gisteren gevraagd aan mijn nieuwe chefs en ze hebben ‘JA’ gezegd, de lieverds.

Ik slaap al weken niet goed, kan niet stoppen met huilen, heb een gat in mijn hart, voel dat ik erdoor geraak, ben weer aan het zakken, voel me verkleinen, … Ik kan mijn kleine Prutske maar niet vergeten ! Mijn levenslust is weer weg.

Ik mis haar elk moment op het werk dat ik niet druk bezig ben aan het onthaal of nieuwe dingen aanleer. Thuis is het nog erger, natuurlijk. Ik laat hier dan ook mijn tranen de vrije loop en het duurt alsmaar langer voor ik mezelf terug kan samen rapen om te doen wat moet gebeuren.

Ik vind mijn leven niet meer leuk, ondanks alle nieuwe uitdagingen op het werk. Ik ben nog steeds blij dat ik van dienst ben veranderd. Iedereen daar is zeer medelevend en geduldig, maar ik mis iets. Wat dat is, weet ik maar al te goed …

Daarom en ook omdat mijn schat het niet leuk vind om me (opnieuw) zo triestig te zien, hebben we besloten om opnieuw een kitten in huis te halen.

Ik wil die kleine opnieuw ‘aan me naaien’ en dus wil ik er zeker een maand mee thuis zijn. Ook om het te beschermen tegen Kira, want die kan lelijk uit de hoek komen tegen een kleintje. Dat heb ik gemerkt met Neelix.

Aangezien ik in een nieuwe dienst zit en beloftes gedaan heb dat ik, buiten een week rond mijn verjaardag in augustus, pas vanaf november veel thuis zou zijn, was ik angstig hoe ze op mijn vraag om zo vlug mogelijk een maand thuis te zijn, zouden reageren. Ze konden mijn verzoek begrijpen. Oef ! Na een vlugge blik op de aanwezigheidslijst, kwam als voorlopig voorstel : augustus, na mijn weekje verlof. Daar kan ik mee leven want ik heb nu opnieuw een vooruitzicht.

Volgende week zal ik wel meer weten en eens ik de juiste periode ken, kan ik beginnen uitkijken naar een nest. Ook zal ik dan moeten kijken wat ik juist zal nemen : loopbaanonderbreking, onbetaald verlof, … Maar dat komt wel goed en is van minder belang. Mijn chefs hebben het beste met me voor en zullen me wel helpen.

Ik weet ook wel dat die nieuwe kleine geen Pruts zal zijn, zo’n katje zullen we nooit meer hebben, maar er zal opnieuw leven in ons huis zijn. In het begin zal ik veel vergelijken maar na een tijdje zal ik, hopelijk, minder verdrietig worden. Neelix heeft dat ook voor me gedaan toen ik niet over het verlies van Toyah kwam.

Het liefst zou ik willen dat het nieuwe katje niet buiten gaat maar mijn schat zegt dat het bijna niet mogelijk zal zijn omdat Kira wel buiten mag. We zullen zien.

Iedereen zegt dat ik met Pruts ‘mal chance’ heb gehad dat ze zo vlug gestorven is en dus kan ik maar hopen meer geluk te hebben met het nieuwe.

Wordt vervolgd.

Ik mag toch nooit (lang) gelukkig zijn …

Het meest onvoorstelbare is gebeurd : Mijn lieve, kleine Neelix de Pruts is niet meer !

 

Poseren kan het ook al.

 

Sedert de dood van Toyah was ik altijd zeer ongerust wanneer de kleine Pruts niet in huis/bij me, was. Dat was gelukkig niet vaak want ze was een echt ‘mama-sleppe’. Ze moest en zou bij me zijn, zelfs wanneer ik (maar) naar het toilet ging. Ze lag bij me, op me, naast me, in elkaars zicht, … Ze had er een hekel aan wanneer ik wegging en kwam dan altijd vlug aangelopen van zodra ik terug thuis kwam.

Daarom was ik niet op mjn gemak toen ik wakker werd en ze niet in de slaapkamer was. Ze was ook niet beneden. Na een sms met mijn schat wist ik dat hij haar ook niet gezien had toen hij opgestaan was om te gaan werken. Ik werd doodongerust. Ik heb haar geroepen maar ze kwam niet ! Ze kwam altijd !

Om mezelf te kalmeren heb ik iets gegeten en een douche genomen. Toen hield ik het niet meer en heb haar opnieuw geroepen. Ze kwam nog niet !

Om 10u15 werd ik gek en was van plan om haar te gaan zoeken, maar toen ik buiten kwam zag ik haar direct liggen : op de stoep, enkele meters van de deur ! Ze was dood en al stijf !

Vlug heb ik haar binnen gebracht en buiten op een handdoek gelegd. Ik zag er niets aan. Een beetje bloederig slijm uit haar mond en een vuile kont. Net zoals Toyah.

Ik ben bij haar gebleven tot mijn schat ’s middags thuis gekomen is en haar heeft begraven. Ze ligt bij Rufo en Toyah.

Ze is amper 10 maanden oud geworden, is amper 7 maanden bij ons geweest. Ze heeft me opnieuw leren lachen na Toyah, maar dat ben ik nu weer verleerd. Ze heeft ons leven weer kleur gegeven, nu is alles opnieuw grijs. Ze was zo’n lievertje, zo’n dotje, zo’n grapjas. Zo vol leven tenzij ze doodmoe was van ravotten en dan kwam ze dichtbij of op me liggen slapen. Ze had niet liever dan dat je op haar ‘bolletje’ (kopje, tussen haar oren) streelde. Ze stond op haar achterpootjes toen ik vers eten of snoepjes gaf. Ze kon zo naar me kijken met verliefde oogjes en dan eens goed zuchten : alles was goed. Ons huis is weer veel stiller en kouder …

Ze heeft een veel te kort maar goed leven gehad en wat zullen we haar missen !

Ons verdriet is onuitspreekbaar …

Veilig in mijn handen. Wie troost wie ?     Kom dan als je durft !

Dutje doen bij 'mama'   tn_DSC_0250

DSC_0069   DSC_0014

tn_DSC_0002   tn_DSC_0040

RRFFF of de poezen ?

Gisteren : We worden zeer laat wakker. Ik blijf nog een tijdje liggen met Kyra bij me. Wanneer ik opsta merk ik dat ze ‘trekt’ met een achterpoot. Ik probeer haar te onderzoeken, maar zoals gewoonlijk, mag ik haar niet (meer) aanraken. Ze blijft boven.

Neelix komt niet naar me toe maar ik vind het vlug en streel het eventjes. Ik zet vers eten, wat het gretig komt opeten. Ik heb al gemerkt dat het, wanneer het klaar is met eten, het met zijn voorpootjes naast het schaaltje wrijft. Ik vermoed dat het zo zijn geur wil afgeven om te zeggen : dit is van mij ! Aangezien Kyra er zich niets van aan trekt, zeg ik er niets op.

Om 14 uur was er een film in RRFFF dat we wilden zien maar ik had al vlug besloten om niet te gaan. Omdat mijn liefste alles zelf wil doen : om boodschappen gaan, eten klaar maken, … werd het te laat en heeft hij ook besloten om pas naar de film van 20 u te gaan met de Q&A achteraf. Ik blijf thuis bij de poezen omdat die film me toch niet echt ligt.

In de namiddag kijken we samen naar opgenomen series want de digicorder raakt overvol. De kleine poes is aan het spelen of dicht bij ons. Kyra blijft boven.

Mijn schat maakt zich klaar en vertrekt, ik blijf verder naar tv kijken. Ik bekijk het laatste van LOTR, The Return of the King, en aan het einde begin ik heel hard te wenen. Duidelijk ben ik er nog niet …

Ik kijk dan naar opgenomen films. De eerste 2 hebben we al gezien, dus mogen die er direct af. Ik ben nog bezig aan de derde film wanneer mijn liefste thuis komt en veel te vertellen heeft.

Ook Kyra komt naar beneden en eet. De kleine maakt zich eerst heel klein, sluipt dan dichter en blijft op een halve meter zitten kijken hoe Kyra eet. Kyra kijkt zo nu en dan om, ziet de kleine zitten maar eet verder. Hoopvol.

Ze wil naar buiten dus doe ik het luikje open. Natuurlijk twijfelt ze en zo komt Neelix dichter bij haar. Dan doet Kyra opeens een aanval naar de kleine. Wij beginnen te roepen en ze vlucht weg naar de keuken. Wij bekijken Pruts en zien dat het een krabbel heeft van de ooghoek tot aan de punt van het neusje ! Kyra komt terug en gaat naar buiten. Neelix blijft dicht bij me tot het tijd is om te gaan slapen en het in de badkamer moet, nu zeker voor zijn/haar eigen veiligheid !

Wanneer ik goed en wel in bed lig, komt Kyra bij me slapen.

Vandaag : Verandering naar winteruur. Bah !

Ik word wakker en Kyra ligt dicht bij me. Ik streel haar nog een tijdje en sta dan op. Zij blijft boven want we horen Pruts beneden ravotten.

Na het ontbijt ga ik met enkele zomerkleren naar boven. Kyra komt bij me en ik streel haar. Wanneer ik met winterkleren naar beneden wil gaan, wil Kyra ook mee tot ze Pruts op de trap ziet zitten. Ze blaast, draait zich om en zoekt haar plaatsje onder mijn kleren op. Jammer.

Neelix bekijkt alles wat ik doe : was opplooien, vaatwasser legen, kattenbak uitkuisen, de krantenknipsels lezen, … Wanneer het moe is, gaat het al in de zetel liggen wachten tot ik erbij kom zitten. Het komt dan op mijn schoot in mijn armen liggen en doet een dutje. Zalig !

Hoe kan ik van 18 uur tot na middernacht de poezen alleen laten door naar het RRFFF te gaan ? Er zijn 3 films die ik graag zou zien. Ik kan ze niet samen alleen laten want ik vrees voor het leven van Neelix of het zou er toch zeker een trauma aan over houden. Het is niet eerlijk dat de kleine heel de tijd in de badkamer moet blijven. Ik kan Kyra ook niet buiten sluiten want het is er zeker het weer niet voor. Daarom : ik blijf thuis ! Mijn schat moet me maar alles vertellen wanneer hij terug thuis komt ….

Neelix, de Pruts.

Gisteren is de controle dokter geweest. Die man is nog nooit zo vlug weer buiten geweest. Een man kan duidelijk niet tegen tranen, zoveel is duidelijk.

Toen mijn schat thuis kwam van zijn werk en hij hoorde dat ik niet meer moest binnen blijven, zei hij me dat ik me moest klaar maken want we moesten ‘ergens’ naartoe. Ik zag het niet zitten en had geen zin, maar aangezien hij zo bleef aandringen, heb ik toegegeven. Hij is zo’n lieve en zorgt zo goed voor me …

Met de auto reden we ergens naartoe, ik wist niet naar waar. En ik maar rijden en rijden tot hij opeens zei : ‘We zijn er. Rij hier de oprit maar in en stap maar uit.’ We stonden voor een groot huis. Mijn schat belde aan en we mochten naar de tuin gaan. Ik stond daar wat verdwaasd voor me uit te kijken want ik kende dit huis of deze mensen niet. Wat was er hier aan de hand ?

Toen zag ik ze opeens : een hele meute kittens ! Ze waren aan het spelen en ravotten met en over elkaar. Ze woonden in een ruim tuinhuis met de deur open zodat ze ook in de grote tuin konden spelen. De heer des huizes vertelde me dat ze 3 nesten hadden. Hij vroeg me hoeveel we er zouden meedoen. Ik begon te huilen. Mijn schat  kwam vlug tekst en uitleg geven aan de man en zei dat hij er ene zou uitkiezen.

Ik herpakte me toen ik doorhad wat er gebeurd was. Hij zei me dat hij het niet meer kon aanzien dat ik zo treurde om mijn Toyah. Hij had het afgesproken met mijn dokter : als ik tegen donderdag niet beter was, moest hij voor een kitten zorgen. Hij verzekerde me dat het niet was om Toyah te vervangen maar wel als afleiding. In de hoop dat ik weer eens zou glimlachen want hij dat mistte hij het meest. Ik ging akkoord om hem te plezieren want ik geloofde er niet in.

Hij kwam het tuinhuis uit met een kitten in zijn hand. Het was wit met zwarte vlekjes en leek niet bang, al was het niet ouder dan 6 weken. Hij keek me vragend aan en ik stak mijn handen uit. Hij legde het in mijn armen en ik begon weer te wenen, terwijl ik de kleine dicht bij me hield en streelde. Het motortje sloeg direct aan en ik hoorde die kleine spinnen wat me deed ophouden met huilen. Met die kleine in mijn armen, keek ik eens goed rond. Ik zag een piepkleine Chewy, een kleine Kyra, mini Rufo liep daar ook rond. Ik zocht maar vond geen kleine Toyah. Met een gebroken hart stond ik daar te kijken. De man was onwennig maar mijn schat keek bemoedigend.

Ik moest naar huis rijden dus hield mijn liefste de kleine tegen zich aan en ik liet Bob zijn werk doen. Ik zag toen pas dat we in Zwevezele waren. Na een vlotte, korte rit waren we weer thuis.

Eerste avond  :

Ik bekeek de nieuwe kleine, met tranen in mijn ogen, hoe het zich onwennig door ons huis bewoog. Mijn schat kwam af met allerlei speelgoed. Hij moet het klaar gelegd hebben voor we vertrokken. Ik had niets gemerkt. De kleine begon onmiddellijk te spelen met de balletjes en muisjes. Ik keek toe hoe het ons huis verkende en nam foto’s.

   

Toen het opeens begon te miauwen, als riep het zijn familie en vriendjes, kwam mijn moederinstinct boven en probeerde ik het te troosten. Mijn hart brak bij de gedachte dat we die kleine uit zijn vertrouwde omgeving hadden geplukt, weg van alles en iedereen dat het kende. Ik nam het in mijn armen en opnieuw sloeg het motortje aan. Ik bleef zo eventjes staan, die kleine dicht bij me. Na een tijdje zette ik het opnieuw op de grond en het begon weer te spelen. Ik voelde mijn hart een slag over slaan. Ik besefte dat ik zeker een half uur niet aan Toyah had gedacht. Ja, zo’n kleine is een goede afleiding.

Dat geroep deed het geregeld maar kalmeerde telkens toen het mijn stem hoorde.

1 ding vond ik jammer : Kyra was naar beneden gekomen toen we met die spruit binnen kwamen, had eens gemiauwd en was naar buiten gelopen (gevlucht ?). We hebben haar van heel de avond niet meer terug gezien, ook al heb ik haar geregeld geroepen.

Wanneer het  tijd was om te gaan slapen, hebben we de kleine in de badkamer gezet met een kattenbak, eten, drinken en speelgoed. Kyra was nog niet binnen toen we naar boven gingen, maar ze kon binnen via haar luikje. In bed hoorde ik de kleine nog een tijdje miauwen. Al wenend ben ik in slaap gevallen. Zoals gewoonlijk moest ik om 3 uur plassen en toen ik me terug dicht bij mijn schat genesteld had, was ik blij omdat het stil was beneden en Kyra bij me onder de lakens wilde, zoals gewoonlijk. Oef ! Ze was naar huis gekomen.

Wordt vervolgd.

Help, ik val !

Ik geraak er niet meer : ik heb het gevoel dat ik gek aan het worden ben !

  • Ik slaap niet meer : ik droom en droom, word steeds wakker en kan moeilijk terug in slaap vallen. De nachten worden te kort. Ik sleep me heel de dag verder om dan ’s avonds weer slecht te slapen …
  • Ik heb nog steeds verdriet voor mijn mooie Toyah : ik kan niet stoppen met huilen. Ik verwacht nog steeds dat hij komt aangelopen om me te begroeten. Overal waar ik kijk herinner ik me iets leuks over hem …
  • Ik vermager : dat effect heeft verdriet op mij. Daarom dat ik steeds zei : ik ben liever (iets) dikker, dat is een teken dat ik gelukkig ben …
  • Ik ben ongerust over mijn werk : die nieuwe ‘degressiviteit’ ligt me zwaar op mijn maag. Stel dat ik het niet (aan) kan ? Dat ik het niet onder de knie krijg ? Dat mijn, toch al zo belabberd, geheugen me (volledig) in de steek laat ? Ik ben wel vast benoemd, maar als ik mijn werk niet naar behoren doe, zullen ze me toch buiten (moeten) smijten en dan kan ik de boel hier niet meer redden … Wat dan ?
  • De verkoop van het huis van mama komt ook maar niet in orde. De kopers, die het nu huren en er in wonen, zullen moeten de winter doorbrengen in een huis waar ze zich zullen blauw betalen aan verwarming en dat allemaal door een curator die er zijn voeten aan veegt. Iedereen, de kopers en mijn familie, kijkt naar mij alsof ik er iets aan kan veranderen …
  • Nog steeds geen begin aan de bouw van de woonwijk, en dus onze garage : we kunnen de tuin niet (deftig) veranderen, geen nieuwe schuttingen plaatsen en die zijn echt aan hun laatste herfst bezig, ons huis niet naar wens herinrichten wegens geen garage en dus geen plaats, de auto moet nog een winter buiten blijven met alle slijtage van dien …
  • Ons huis raakt bijna overvol. Ik heb het gevoel dat ik aan het stikken ben. Ik weet dat mijn schat zou moeten opruimen en weggooien maar hij doet het niet. Ik heb de energie er niet voor om hem te dwingen vragen en te zagen tot hij begint …
  • Mia, de Kia is met veel moeite en veel weg-en-weer gerij dan toch door de keuring geraakt. Er is was iets met de remmen …

Op verzoek van mijn liefste heb ik de dokter laten komen. We kennen elkaar al meer dan 20 jaar en hij schrok toen hij me zag. Hij heeft me direct een week thuis voorgeschreven (hij wilde langer geven maar ik ben de volgende weken toch in verlof) in de hoop dat ik tijdens de dag wat slaap zal kunnen inhalen. Hij heeft druppels voorgeschreven. Wat die zouden moeten verwezenlijken weet ik niet maar hij moest ze zeker innemen. Hij heeft ook het telefoonnummer van mijn schat gevraagd. Ik weet niet waarom. Ik zal het wel te weten komen wanneer mijn liefste thuis komt, zeker ?

Mijn schat ziet hoe ik verder wegzak, doet alles wat hij kan, maar niets kan me nog bekoren. Mijn joie de vivre is weg en ik weet niet hoe ik het terug kan vinden.

Ik wil weg kruipen en in een bolletje gaan liggen tot ik me beter voel …

Help, ik val !

The Broken Circle Breakdown.

We zijn gisteren naar de film gaan kijken. Ha ja, aangezien we zo onder de indruk waren van de toneelvoorstelling, wilden we dat zeker niet missen.

Ook omdat we al enkele keren met Johan Heldenberg over de film gesproken hadden. Hij was er zeer tevreden over en dat wil wat zeggen. ‘Zijn’ kindje was volwassen geworden.

Ik was zeer onder de indruk van de acteerprestaties van zowel Johan als van Veerle Baetens. Van hem wist ik het wel en Veerle kende ik alleen van Code 37, waar ze zeer goed in is. Maar wat ze gisteren op het grote scherm hebben laten zien, was schitterend !

Dat ik achteraf een potje heb zitten huilen, kan je wel raden. De film gaat over verlies & dood en ik geraak maar niet over de dood van mijn mooie Toyah …

Toch ben ik zeer blij dat ik de film gezien heb en ik kan het iedereen aanraden ! Zoals Johan het zelf zegt : ‘Deze trip mag je zeker niet missen.’

Mijn mooie, prachtige Toyah is niet meer !

De Prins in mijn header, is dood !

Ik vond het al vreemd dat hij er niet was toen ik opstond. Maar aangezien dat niet de eerste keer was, was ik niet in paniek.

Ik vond het wel vreemder dat hij er ook niet was toen ik terug kwam van het bloedgeven. Ook dat gebeurde wel eens. Hij was tenslotte een kater …

Ik geraakte stilletjes in paniek want hij niet kwam toen ik hem riep. Hij kwam altijd !

Om het uur heb ik staan roepen in de tuin maar hij kwam niet. De buren zullen me volledig gek hebben verklaard !

Op mijn verzoek is mijn schat vlug naar huis gekomen. We hebben nog eens geroepen en omdat hij niet kwam heeft hij zijn fiets genomen om in het gebuurte te gaan zoeken. Ik bleef thuis, just in case, nu volledig in paniek.

Al vlug kreeg ik telefoon : hij had mijn kater gevonden langs de kant van de expressweg op het fietspad ! Hij was dood !

Ik ben hem gaan halen en heb hem in mijn armen naar huis gedragen.

Ik heb afscheid genomen terwijl mijn liefste zijn grafje maakte in de tuin, naast Rufo.

Ik ben weer een kind kwijt ! Ik weet dat die vergelijking niet op gaat, maar zo voelt het wel aan. Ik kan niet stoppen met huilen …

 

     

 

 

Nu weet ik waarom …

Ik was al een hele tijd zeer onrustig.

Ik sliep slecht – kwam zeer vaak wakker en kon de slaap niet direct meer vatten. Straf vervelend wanneer je moet gaan werken. Het was dan heel de dag me voort slepen en gapen. Om dan rond 23 uur klaar wakker te zijn, natuurlijk rond de tijd dat ik wil gaan slapen …

Ook tijdens de dag kon ik me het gevoel niet van me afschudden dat er een groot onheil boven mijn hoof ging. Er zou iets ergs gebeuren met iemand uit mijn (dichte) omgeving. Moest het niet zijn dat mijn moeder ook vaak zo’n gewaarwordingen had, vaak wanneer ik het ook voelde want we belden dan naar elkaar om het te bevestigen, en het dan ook nog uitkwam; ik zou er mee lachen. Ik kon dat gevoel niet van me afschudden. Het werkte ook op mijn humeur.

Ik heb zelfs een brief geschreven naar de familie van mijn moeder, die ik sinds haar begrafenis niet meer gezien heb. Misschien dat er daar iets verkeerd gegaan was ?

Ik wist zeker dat met mijn zus alles ok was, want die had ik al aan de telefoon gehad.

Het was straf vervelend en een heel akelig gevoel.

Nu is mijn euro gevallen : vandaag is het 28 jaar geleden dat mijn vader gestorven is.  

Alle vorige jaren beleefde ik de laatste weken van zijn leven dag voor dag opnieuw. Met de nodige tranen en frustraties erbij. Dit jaar was dat niet zo. Ik heb het dit keer ‘anders’ ondervonden.

Nu ik weet waar dat akelig gevoel vandaan komt, is het weg. Heel vreemd. Alsof hij gerust is dat hij nog niet vergeten is. Dat is zeker niet het geval want er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk en geen week dat ik niet over hem spreek.

Ik kan maar 1 ding zeggen : Papa, ik ben je nog niet vergeten en mis je nog steeds ! Ik vraag me steeds af hoe ons leven er had uitgezien als jij ons niet zo vlug was ontvallen. Jij was ons anker. Jij hield de familie bijeen. We konden altijd bij jou terecht voor raad. Je hielp ons waar en wanneer je maar kon.

Ik heb soms het gevoel dat ik maar wat aanmodder zonder hem. Heel vaak vraag ik hem nog om raad bij het nemen van een belangrijke beslissing en heel vaak heb ik dan het gevoel dat hij er is om me te leiden. Dat is een fijn gevoel. Ik voel me dan gesterkt in mijn besluit. Hij is misschien uit mijn leven maar zeker nog niet uit mijn hart.

Mijn moeder (6)

Dit is het slot en de epiloog.

Toen mijn zus scheidde van haar man vond ze dat jammer en verstond het niet echt goed. Waarom konden ze niet meer samen blijven ? Ze konden het toch uitpraten of negeren ?

Op mijn vraag waarom zij nooit gescheiden heeft van papa zei ze : Waar moest ik naar toe met 3 kinderen ? Ik had geen werk, geen inkomen. Je denkt toch niet dat je vader me zou toegelaten hebben dat ik zijn kinderen van hem af nam, hé. Ik ben altijd Madamme R(familienaam) gebleven. En zie me nu : baas in eigen huis! Ik zou het niet gekund hebben !

Toen ik van mijn man scheidde vond ze het jammer dat ik uit mijn huis ging (!). Ik moest beter mijn best doen en in mijn huis blijven. Yeah right ! Toen de volgende relatie ook niet uitdraaide zoals ik gedacht had en mijn hart gebroken was vond ze dat het mijn eigen schuld was : Je had maar bij je man en in je huis moeten blijven ! Bedankt, mama. Net wat ik wilde horen. Troosten heeft ze me niet gedaan. Integendeel : toen ik zat te snotteren, hoorde ze iemand binnen komen en ze zei : Stop nu maar, hou nu maar op. Er is daar iemand. Die belachelijke schone schijn ! Bah !

Toen mijn broer en zijn vrouw enkele jaren geleden, na 25 jaar huwelijk, uit elkaar gingen was ze er het hart van in. Ze heeft er echt onder geleden. Haar enige troost was dat mijn broer terug bij haar komen wonen is. Hij woonde er nog toen ze stierf op 14 januari 2011.

In de loop der jaren, na mijn vaders dood, werd ze gul met haar geld. Wie er nodig had en erom vroeg, kon er krijgen. Mijn broer had er geen problemen mee om boven zijn stand te leven en dan geld te vragen. Ze gaf graag. Toen mijn zus of ik eens iets vroegen, wat we zelden deden want we waren te trots, paste het nu net niet want ze had zojuist aan broer gegeven. Tot we niets meer vroegen en met lede ogen zagen hoe ze haar zuur gespaarde centen weg gaf aan altijd maar dezelfde. Toen ik mijn broer er eens over aansprak zei hij : ‘Je moet ook maar geld vragen, hé. Ze heeft er toch genoeg.’ In mijn mond geblazen bedacht ik : ik val nog liever dood ! Ik kan tenminste zeggen dat ik het helemaal alleen heb verwezenlijkt maar daar had hij geen goesting voor.

De laatste jaren was er nog maar 1 die goed was : mijn broer. Dat hij failliet gegaan was, was pech. Die jongen heeft toch ook nooit geluk, hé. Dat hij veel huishuur moest betalen vond ze erg, maar het was toch zo’n mooi ingericht huis. Zij deden zoveel voor haar : om boodschappen gaan (en ook voor hen wat zij dan betaalde), het gras komen afrijden (voor een vergoeding), komen kuisen (voor drinkgeld), … Een ander moet ik ook betalen. Ja, maar niet zoveel ! Zijn zoon wil een nieuwe gsm van 300 euro ? Geen probleem : Marain zal het wel betalen. Haar eerste kleinkind, de dochter van mijn zus, komt wenen dat ze haar verkeersboetes en autoverzekering niet kan betalen ? Geen probleem : Marain zal helpen. Ze had op een gegeven moment 4 miljoen Bf staan, bij haar dood was er nog 1 van over …

Begrijp me niet verkeer : het gaat niet over het geld. Dat was van haar, daar had zij voor gespaard en mocht het geven aan wie ze wilde. Dat heeft ze ook gedaan, zelfs na haar dood. Maar soms deed het wel pijn. Waarom niet aan alle 3 haar kinderen gelijk geven ? Wij konden het ook gebruiken, hoor. Ik zal het nooit weten.

Wat mij meer pijn deed was het feit dat ik niets meer goed kon doen : ik had niet de ‘juiste’ kleren aan om ‘op de bureau’ te werken (het had geen zin om te zeggen dat iedereen er op mijn werk er zo bij loopt). Ik moest hoogdringend mijn lange haren afknippen en laten ‘coifferen’. Op jouw leeftijd is dat niet meer mooi ! (Ik was toen 25 jaar).

Toen ik alleen ging wonen was ik een hoer. Ze vergat voor de gelegenheid dat mijn zus en haar gezin op het gelijkvloers woonde en mijn broer met zijn gezin op de eerste verdieping. Ik woonde op de (heringerichte) zolders. Het was in mijn vaders ouderlijk huis aan de rokerij. Ik werd goed in de gaten gehouden en alles werd overgebriefd en ik wist het ! Elke week moest ik horen dat ik nooit aan een deftige vent zou geraken !

Ik was de enige die elke week belde naar haar om te vragen of alles goed was, of ze niets nodig had en om af te spreken voor de boodschappen. Het was naar mij dat ze belde tijdens haar hartaanval.

Ik ben de enige die bezig was (is) haar eigen huis af te betalen, maar zelfs daar had ze geen schouderklopje voor over. Mijn huis was niet af en niet mooi ingericht met prullen. Ik had een krot gekocht (haar woorden) !

Ik werd verweten dat ik nooit iets voor haar gedaan had en dat ze alleen op mijn broer kon rekenen. Blijkbaar was ze vergeten dat eerst ik met haar boodschappen deed. Dat ik daarvoor verlof nam. Dat ik haar in mijn auto naar haar zuster in Houthulst bracht. Dat ik haar de tijd gaf om naar het graf van haar ouders te gaan of naar de ‘Grot’ zodat ze daar weer eens kon vertellen over hoeveel tijd ze daar had doorgebracht als kind. Ik was het die naar de apotheek reed als ze weer eens zonder pillen zat. Je moet komen want mijn pillen zijn op. Ik liet alles vallen en deed wat ze me vroeg. Mijn auto was altijd te vuil voor haar, maar was wel goed genoeg om haar te brengen waar ze wilde zijn.

Dat ik haar zelfs niet kwam bezoeken in het ziekenhuis ! Niet juist want ik ben haar elke dag gaan bezoeken en bracht haar zelfs naar huis, toch de eerste keren. Tot die keer dat ze zich van me weg draaide toen mijn broer binnen kwam om me, over haar schouder, te commanderen dat ik de (zijn) kinderen moest stil houden die in de gang aan het spelen waren, terwijl ze aan het fluisteren was tegen mijn broer ! Ik ben al wenend naar huis gereden.

Toen ze me, de laatste keer dat ik bij haar thuis was, na een incident waar ik niets mee te maken had, uitmaakte voor alles wat mooi en lelijk was, was ik zo verbijsterd dat ik niets kon uitbrengen. Ze schreeuwde allerlei verwijten tegen me over dingen waar ik voor niets tussen zat. Ze deed alsof het allemaal mijn schuld was, alsof ik er de oorzaak van was. Ook dingen van een ander schuifde ze in mijn schoenen. Pas toen mijn schat mijn handtas en mantel in mijn armen propte en me naar buiten duwde, kwam ik terug tot leven. Ik stond te schudden van de shock. Ik kon niet naar huis rijden want ik was zo aan het beven dat ik mijn sleutels niet kon vast houden. Mijn liefste heeft gereden. Onderweg en thuis heb ik onbedaarlijk zitten wenen als een klein kind. Steeds weer zeggend : ‘Dat is toch niet waar, hé ? Zo ben ik niet, hé ? Dat was niet ik, hé ? Dat was niet mijn schuld, hé ? Dan verdiende ik toch niet, hé ? Hoe durft ze me zo te beschuldigen ?’ Ik heb mijn mannemens nog nooit zo boos op iemand gezien. Hij was razend dat ze me op mijn knieën gekregen had door haar valse beschuldigingen. Toen ik eindelijk, ergens midden in de nacht, gekalmeerd was en besloot haar nooit meer de kans te geven om zo tegen me uit te varen en ik haar nooit meer wilde zien, vond hij dat een schitterend idee. Hij wist dat ik dan niet meer al wenend thuis zou komen na een bezoekje aan haar.

Toen ze de voorlaatste keer in het ziekenhuis lag zijn mijn zus en ik haar gaan bezoeken. Ze heeft zitten kletsen over koetjes en kalfjes. Ze lichtte op toen mijn broer binnen kwam. Op zijn vraag of ze blij was dat we er waren en wat ze vond van ons (ze had ons al bijna een jaar niet meer gezien) zei ze : ‘ Ze zijn wel erg vervet, hé.’ Dat was wat ik wilde horen van mijn moeder ! Dat ik dikker geworden was, wist ik ook wel. Het was niet daarom dat we gegaan waren. We zijn boos naar huis gereden.

Toen ze de volgende keer in het ziekenhuis lag, ik had haar dan alweer meer dan een jaar niet gezien, ben ik niet meer willen gaan. Het was haar laatste keer. Toen ze me belden om te zeggen dat ze ‘op het laatst’ was, ben ik ook niet geweest. Heb ik daar nu spijt van ? Heel misschien een heel, heel klein beetje … Maar de kans dat ze zou zeggen dat ze me graag zag en dat ze trots op me was, was enorm klein. En om weer de huid vol gescholden te worden … neen, bedankt.

Ik vind het vooral jammer dat we zo’n goede relatie hadden toen ik jong was en dat het helemaal kapot gegaan is door haar weigering me graag te zien en te accepteren zoals ik was/ben. Ze had kunnen zeggen dat ze trots op me was. Dat ik goed bezig was/ben. Dat ik er wel zou geraken en dat alles goed zou komen. Ze kon gelukkig zijn voor me of mijn verdriet delen. Is dat niet wat moeders (normaal gezien) doen ?

Ik weet niet wat er gebeurd is. Misschien heb ik, tijdens het ouder worden, laten blijken dat ik toch mijn eigen ding zou doen. Was ze ontgoocheld dat ik haar raad niet opvolgde ? Niet alles deed wat ze zei ? Leek ik teveel op haar of op mijn vader ? Ik zal het nooit weten.

Wat ik wel weet is dat ik haar niet echt mis. Het automatisme van ‘dit moet ik aan mama vertellen’ of ‘ik moet nog bellen naar mama’, was er al lang uit. Ik heb veel meer verdriet gehad bij het overlijden van mijn vader dan van haar. Dat vind ik erg, maar zo is het nu eenmaal.