Nu weet ik waarom …

Ik was al een hele tijd zeer onrustig.

Ik sliep slecht – kwam zeer vaak wakker en kon de slaap niet direct meer vatten. Straf vervelend wanneer je moet gaan werken. Het was dan heel de dag me voort slepen en gapen. Om dan rond 23 uur klaar wakker te zijn, natuurlijk rond de tijd dat ik wil gaan slapen …

Ook tijdens de dag kon ik me het gevoel niet van me afschudden dat er een groot onheil boven mijn hoof ging. Er zou iets ergs gebeuren met iemand uit mijn (dichte) omgeving. Moest het niet zijn dat mijn moeder ook vaak zo’n gewaarwordingen had, vaak wanneer ik het ook voelde want we belden dan naar elkaar om het te bevestigen, en het dan ook nog uitkwam; ik zou er mee lachen. Ik kon dat gevoel niet van me afschudden. Het werkte ook op mijn humeur.

Ik heb zelfs een brief geschreven naar de familie van mijn moeder, die ik sinds haar begrafenis niet meer gezien heb. Misschien dat er daar iets verkeerd gegaan was ?

Ik wist zeker dat met mijn zus alles ok was, want die had ik al aan de telefoon gehad.

Het was straf vervelend en een heel akelig gevoel.

Nu is mijn euro gevallen : vandaag is het 28 jaar geleden dat mijn vader gestorven is.  

Alle vorige jaren beleefde ik de laatste weken van zijn leven dag voor dag opnieuw. Met de nodige tranen en frustraties erbij. Dit jaar was dat niet zo. Ik heb het dit keer ‘anders’ ondervonden.

Nu ik weet waar dat akelig gevoel vandaan komt, is het weg. Heel vreemd. Alsof hij gerust is dat hij nog niet vergeten is. Dat is zeker niet het geval want er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk en geen week dat ik niet over hem spreek.

Ik kan maar 1 ding zeggen : Papa, ik ben je nog niet vergeten en mis je nog steeds ! Ik vraag me steeds af hoe ons leven er had uitgezien als jij ons niet zo vlug was ontvallen. Jij was ons anker. Jij hield de familie bijeen. We konden altijd bij jou terecht voor raad. Je hielp ons waar en wanneer je maar kon.

Ik heb soms het gevoel dat ik maar wat aanmodder zonder hem. Heel vaak vraag ik hem nog om raad bij het nemen van een belangrijke beslissing en heel vaak heb ik dan het gevoel dat hij er is om me te leiden. Dat is een fijn gevoel. Ik voel me dan gesterkt in mijn besluit. Hij is misschien uit mijn leven maar zeker nog niet uit mijn hart.

Advertenties

25 jaar geleden …

Morgen is het 25 jaar geleden dat mijn papa gestorven is en ik heb er erg van dit jaar.

Ik loop al heel de week met een gezicht als een lijkbidder, moet me inhouden om niet te wenen, beleef elke dag van toen alsof het verleden week was.

Als ik bedenk hoe ons leven eruit zou gezien hebben, had hij blijven leven … Hij was de lijm die ons samen hield en die de brandjes bluste. De werkgever van mijn broer en zus met hun aanhang. Ook de mijne, deeltijds. We woonden in zijn ouderlijk huis, waar ook het werk was. Zo hadden we onze eigen stek maar zagen we elkaar veel. We bleven zo toch nog wat onder zijn vleugels.

Hij zou de eerste zijn om te zeggen dat het treuren al lang mocht ophouden. Dat het leven verder gaat en we er het beste moeten van maken.

Ja, we zijn weer op ons pootjes terecht gekomen. We zijn gelukkig met wie en waar we nu zijn, maar toch mis ik hem nog steeds. Ik mis zijn steun, zijn inzicht, zijn aanwezigheid, zijn raad, zijn daad. Ik mis hem als vangnet want als het eens verkeerd dreigde af te lopen was hij er om te helpen de boel weer op de rails te krijgen.

En dat het nog zo lang zal duren eer ik je terug zie … 😥

Dreigementen

Bij Madameblogt vond ik dit postje en dat deed me aan volgende denken :

Toen ik klein(er) was dreigde mijn vader, wanneer ik stout was, dat hij me naar het Internaat in Pecq zou sturen. Dat ligt in Henegouwen en daar mag alleen Frans gesproken worden en de straffen op Vlaamsspreken zouden zeer ernstig zijn, zo zei hij, heel boos.

Met dit zwaard boven mijn hoofd hij me lange tijd in het gareel  kunnen houden. Ik stelde me allerlei straffen voor die ik zou moeten ondergaan omdat ik niet graag Frans sprak en het dus ook niet goed kende. Nu nog eigenlijk niet, maar dit terzake. Hij zei er ook bij dat hij met niet zou komen halen voor ik weer ‘manieren’ geleerd had.

Aangezien ik dat absoluut niet zag zitten, deed ik dus nog meer mijn best dat mijn kattenkwaad niet uit kwam. Want heel braaf en mak heeft hij me nooit gekregen. Ik denk ook niet dat het de bedoeling was dat ik een doetje werd. Eerder dat ik nadacht over de gevolgen van mijn daden en dat ik het beter aanpakte. Want hij was zelf steeds tot een grap of poets bereid. ‘Teken van liefde’ zo noemde hij het. De emmer met water of grote sneeuwbal bovenop de half geopende deur hebben we van hem geleerd.

Toen ik wat ouder werd en hij dreigde weer eens, heb ik hem duidelijk gemaakt dat het niet zou lukken, toch niet voor lang. Ik zou me verzetten in die school door niet te leren, geen taken af te geven, enkel en alleen Vlaams te praten tot ik buiten gesmeten werd. Mijn argument : ‘Ook al moet ik op de bureau van de Directrice schijten’ was doorslaggevend. En kwam hij me niet halen dan zou ik wel thuis geraken. Mocht ik niet meer binnen dan zou ik rond trekken en ze zouden nooit nog iets van me vernemen !

Tot mijn grote verbazing begon hij, na mijn pleidooi, te brullen van het lachen. Ik begreep er niets van. Hij verklaarde dat hij zijn doel had bereikt : ik was nu ‘groot’ genoeg en hij zou me met rust laten. Hij vond dat ik mijn eigen ‘ik’ had gevonden en nooit meer zou toegeven aan dreigingen. Hij vertelde er ook nog bij dat hij me nooit zou weggestuurd hebben want dat hij me teveel zou gemist hebben. Ook dat hij uitkeek naar wat ik nu weer uitgespookt had, met mijn rebelse aard, maar dat hij dat toen niet kon toegeven. Ik moest toch een beetje ingetoomd worden.

Dat hij ook op dat punt gelijk heeft gekregen moet ik niet meer vertellen. Ik geef nooit (meer) toe aan dreigementen. Iemand heeft eens gedreigd mijn gezicht met een mes te bewerken. Ik heb gezegd dat hij dat maar moest doen en dat hij me beter direct kon dood doen, want wanneer ik genezen was, IK hem zou vinden en ook eens zou ‘spelen’ ! Hij heeft er vanaf gezien omdat hij zag dat ik het meende, meer dan hem. Ik zou geen goede gijzelaar zijn want ik zou niet, nooit meewerken !

Mens, wat ik mis ik die man !

Humeurig.

Deze morgen was mijn ‘aangeboren’ vriendelijkheid ver te zoeken : ik kon mijn ochtendhumeur maar niet kwijt raken. Ik had nochtans goed geslapen, was niet van de trap gestruikeld, het water in de douche was warm, mijn electrische tandenborstel niet uit mijn mond laten vallen, … Allemaal dingen die me ’s morgens vaak overkomen, maar niet vanmorgen. 

Mijn schat was eerder gereed dan ik en hij had mijn fiets niet buiten gezet. Niet dat hij dat moet doen, maar ik had er problemen mee en hij heeft de volle laag gekregen. Ik zal me extra verontschuldigen wanneer hij straks thuis komt.

Mijn humeur is maar terug gekomen wanneer ik een ‘uitgangsbon’ had aangevraagd. Zo kon ik al om 14u30 vertrekken. Ik had meer dan 10 overuren staan, dus waarom niet.

September is bijna voorbij, dus zal het wel weer vlug beteren, hoop ik.

Triestig.

Morgen is het 24 jaar geleden dat mijn vader gestorven is. Ik zit al heel de dag te slikken en te kroppen.

Toen Stef, onwetend van mijn verdriet, me vandaag een mailke doorstuurde getitteld ‘het dagboek van een hond’, dacht ik dat het me zou opvrolijken. Maar neen, integendeel : ik begon te wenen. Het vertelde over een hondje die in huis genomen wordt en het eindigd dat het is uitgezet langs de baan, maanden op de dool op zoek naar zijn huisje en tenslotte moet afgemaakt worden nadat het (opzettelijk) werd aangereden …

Als ik bedenk dat mijn kleine Chewy-poes reeds meer dan een jaar verloren is en misschien ook op de dool, begin ik opnieuw.

Ik zal een dagboek schrijven van mijn poezen om me op te beuren.

·         Geboren : maar dat besef ik nog niet.

·         1 week oud : het is hier lekker knus bij mama en mijn broers & zussen.

·         8 weken oud : er komen vreemde mensen en ze halen me bij de anderen weg. Na een kort ritje kom ik in een nieuw huis. Ik ben wat bang en steek me weg achter de zetel. Wanneer ze zijn gaan slapen, ga ik op onderzoek en vind lekker eten & drinken. Er staat ook een kattenbak waarin ik ongegeneerd kan plassen en kakken. Ze hebben iets rond mijn nek gedaan. Daar moet ik aan wennen.

·         9 weken oud : ik mag toch niet alles, blijkbaar. Mijn mensen duwen me zachtjes weg wanneer ik mijn nageltjes scherp aan de zetel en zetten me terug op de grond wanneer ik op tafel spring. Ik mag wel bij ‘vrouwtje’ op schoot komen en bij haar onder de lakens slapen. Verder mag ik overal mee spelen. Het is hier leuk wonen.

·         3 maanden oud : ik mag voor de eerste keer naar buiten. Ze hebben iets aan mijn nekbandje gehangen. Via mijn eigen deurtje kan ik nu binnen en buiten wanneer ik zelf wil. Ver zal ik nog niet gaan. Maar morgen ga ik iets verder.

·         6 maanden oud : ik moet terug mee in de auto. In een vreemd ruikende kamer zit een vreemd mens mij overal te betasten en in mijn haar te kijken. Ik krijg een spuitje en val in slaap. Ik word thuis terug wakker en mijn buik doet raar. Ik ben nog moe en doe vele dutjes.

·         1 jaar oud : ik krijg speciaaltjes want blijkbaar is het een speciale dag.

·         De rest van mijn leven : ik heb het hier goed : altijd lekker eten, streeltjes, aandacht, mijn eigen speeltjes, word afgedroogd wanneer ik nat binnen kom, heel het huis en de tuin zijn mijn speelterrein, ze spelen met me wanneer ik het vraag, … Ja, ik had het slechter kunnen treffen.  

Zo, ik heb mijn potje geweend, beter vandaag dan morgen, en voel me al veel beter.

23 jaar …

Zo lang is het, vandaag, geleden dat mijn vader is gestorven. Hij was net 54 jaar geworden.
Hij is naar het ziekenhuis gegaan voor een operatie onder plaatselijke verdoving en 6 weken later stonden we op zijn begrafenis. Niemand heeft het zien aankomen.
De dokters en verplegend personeel verzekerden ons dat alles goed was. Het was normaal dat hij zoveel bloed moest krijgen en dat er bijna elke dag een baxter bij kwam. De ene dag konden we er gewoon bij, de volgende dag moesten we opeens beschermende kledij aantrekken voor we bij hem mochten omdat hij geen infectie mocht oplopen. Maar alles kwam goed, verzekerden ze ons. Het was pas toen er een priester aan zijn ziekenhuisdeur stond met de vraag : moest er vannacht iets met mijn vader gebeuren, of hij de laatste rechten wilde krijgen, dat ik beginnen twijfelen ben. Mijn familie dacht nog steeds dat het een voorzorgsmaatregel was, maar ik niet. Ik heb toen directe vragen gesteld aan het personeel. Zij verwezen me door naar de dokters. Dokters … meerdere ! Een duidelijk antwoord heb ik nooit gekregen.
De laatste vrijdag, ik was bezig om me klaar te maken om te gaan werken, kreeg ik bericht dat we best vlug zouden komen want hij wilde zijn kinderen nog eens zien ! Ik ben naar daar gevlogen ! Ik weet niet meer of ik zelfs gestopt heb voor de verkeerslichten. Toen ik daar aan kwam lag hij in doodszweet, was vaal van kleur en was aan het dolen. Hij herkende ons zelfs niet meer ! Ze hebben hem dan nog weggedaan voor een spoedoperatie.
De volgende dag, we mochten niet eerder terugkomen, lag hij aan de machines. Hij had weer kleur. Ik was zeer hoopvol, mijn zus niet. Zij kon niet ophouden met huilen en ik heb haar getroost en moed ingesproken, zoveel ik kon, maar het hielp niet.
De zondagochtend kwam mijn schoonbroer zeggen dat we ons niet meer moesten haasten. Ze hadden in de loop van de nacht de machines stilgelegd en hij was gestorven ! Het was voorbij !
Onze vader, mijn moeders echtgenoot, onze steun en toeverlaat, hij die de familie samen hield, hij die altijd klaar stond met raad en daad, hij die ons uit de nood hielp, hij die voor ons op kwam en ons verdedigde tegen iedereen, hij die ons voorbereid had om in de wereld te treden, hij die lachte met heel zijn mond open, hij die ons plaagde, hij die ons moppen vertelde, hij die cote-à-los bakte in de open haard, hij die me heeft leren auto rijden in zijn grote Mercedes, hij die mee was toen ik mijn eerste auto kocht, hij die me strafte toen (weer) te laat thuis kwam na een feestje, hij me op het rechte pad heeft gehouden, … Ik kan nog uren doorgaan … Hij was niet meer !
Wat heb ik hem gemist over de jaren. Toen mijn man en ik een huis gingen bouwen, toen ik ging scheiden, toen ik samen met mijn vriend een smederij ben begonnen, toen die relatie ook stuk ging, toen ik mijn huisje hier heb gekocht, … En dat zijn nog maar de grote gebeurtenissen. Geen Kerstavond meer allen samen gezellig thuis, geen bulderlach meer van hem, niet meer samen een pint pakken in de manege, hem niet meer tegenkomen op de koer van de Rokerij, niet meer vlug iets gaan vragen in zijn bureau, geen buffer meer tussen mijn moeder en ik, …
Ik mis hem nog steeds, zo erg …