Belofte maakt schuld.

Aangezien we er enigzins in geloven, hadden we elkaar beloofd om ‘iets te laten weten’ wanneer iemand van ons aan de ‘andere zijde’ zou komen.

Ik kan de uren niet tellen dat mijn moeder en ik, toen ik nog kind was, hierover bezig waren. We zouden komen spoken naar elkaar of in een droom contact maken of op een andere manier laten weten dat alles goed is met de overledene.

Ze heeft woord gehouden !

Enkele dagen na haar overlijden heeft mijn zus een droom verteld. Zus liep rond in moeders huis en vond het ene mooie stuk na het andere. Ze viel van de ene verbazing in de andere en zei telkens :’Ik wist niet dat dit hier stond.’ Haar conclusie was dat moeder haar huis heeft getoond aan zus zoals zij het zag : vol prachtige dingen. Logisch dat ze dit aan mijn zus getoond had want ze was zo graag in haar huisje met al haar (mooie) spulletjes bij zich, die mijn zus maar niets vond.

Ook ik heb gedroomd enkele nachten na haar overlijden. Ik was weer eens op wandel en stond op een plein. Opeens hoorde ik iemand in mijn oor fluisteren van langs achter : ‘Alles is (komt?) goed.’ Ik was zo verbouwereerd dat ik het maar half begrepen heb. Ik draaide me om en zag 2 figuren in de verte weg wandelen. Ik wist op slag dat het mama was (met misschien papa ?).

In elk geval was ik gerust gesteld. Ze had het me laten weten, zoals we afgesproken hadden al die jaren geleden.

Advertenties

Dan is het er toch van gekomen. En hoe !

Het huis van ons mama is verkocht ! Hoera !

Ik was al enige tijd in onderhandeling met een koppel. We waren eindelijk aan een (voor ons)  deftige prijs gekomen toen ik opeens telefoon kreeg van de agence dat ze een koper hadden. Ze wilden aan de telefoon niet zeggen hoe hoog/laag het bod was. Mijn zus ging het persoonlijk vragen en het was niet de vraag prijs. Het bod hebben we geweigerd.

’s Avonds belde de agence nog eens om me te overtuigen het bod te aanvaarden ‘want we zouden er toch niet meer voor krijgen’. Ik hield voet bij stuk en zei dat ik het nog liever in brand stak of een jaar liet staan voor ik nog 1 euro van de prijs afdeed ! De dame van het immokantoor had het (eindelijk) begrepen.

De volgende dag belde ze terug : de kopers hadden hun bod verhoogd maar ze wilde weer niet zeggen met hoeveel.  Ik zei nog eens dat het de vraagprijs moest zijn of anders : no deal ! Enkele minuten later belde ze me terug : ze waren bereid de vraagprijs te geven. Hoera !

Hoera ? Niet echt, want mijn kopers waren ook zeer verzot op het huis en wilden het huren vanaf 1 april zodat ze aan de werken konden beginnen nog voor de akte verleden was. Ik had al een band met die mensen en er waren nog voordelen. Alleen de prijs moest nog iets omhoog.

Toen ik dat zei tegen de dame aan de telefoon was ze niet gelukkig. Ze dacht haar commissie te ontlopen. Ik heb haar dan uitgelegd hoe het ineen zat en dat ze zeker haar vergoeding zou krijgen. Ze draaide bij.

Ik heb gebeld naar mijn kopers om te zeggen dat er andere mensen waren die bereid waren de vraagprijs te geven. Ze waren (opeens) ook bereid om de volle pot te betalen, dus was voor mij de keuze gemaakt. Het huis was voor hen !

Ik heb toen contact opgenomen met het immokantoor, mijn zus, mijn broer, mijn kopers, de notaris en iedereen was akkoord. Oef ! Nu zeker : Hoera !

Vrijdag gaan we de compromis tekenen bij de notaris.

Mijn moeder (6)

Dit is het slot en de epiloog.

Toen mijn zus scheidde van haar man vond ze dat jammer en verstond het niet echt goed. Waarom konden ze niet meer samen blijven ? Ze konden het toch uitpraten of negeren ?

Op mijn vraag waarom zij nooit gescheiden heeft van papa zei ze : Waar moest ik naar toe met 3 kinderen ? Ik had geen werk, geen inkomen. Je denkt toch niet dat je vader me zou toegelaten hebben dat ik zijn kinderen van hem af nam, hé. Ik ben altijd Madamme R(familienaam) gebleven. En zie me nu : baas in eigen huis! Ik zou het niet gekund hebben !

Toen ik van mijn man scheidde vond ze het jammer dat ik uit mijn huis ging (!). Ik moest beter mijn best doen en in mijn huis blijven. Yeah right ! Toen de volgende relatie ook niet uitdraaide zoals ik gedacht had en mijn hart gebroken was vond ze dat het mijn eigen schuld was : Je had maar bij je man en in je huis moeten blijven ! Bedankt, mama. Net wat ik wilde horen. Troosten heeft ze me niet gedaan. Integendeel : toen ik zat te snotteren, hoorde ze iemand binnen komen en ze zei : Stop nu maar, hou nu maar op. Er is daar iemand. Die belachelijke schone schijn ! Bah !

Toen mijn broer en zijn vrouw enkele jaren geleden, na 25 jaar huwelijk, uit elkaar gingen was ze er het hart van in. Ze heeft er echt onder geleden. Haar enige troost was dat mijn broer terug bij haar komen wonen is. Hij woonde er nog toen ze stierf op 14 januari 2011.

In de loop der jaren, na mijn vaders dood, werd ze gul met haar geld. Wie er nodig had en erom vroeg, kon er krijgen. Mijn broer had er geen problemen mee om boven zijn stand te leven en dan geld te vragen. Ze gaf graag. Toen mijn zus of ik eens iets vroegen, wat we zelden deden want we waren te trots, paste het nu net niet want ze had zojuist aan broer gegeven. Tot we niets meer vroegen en met lede ogen zagen hoe ze haar zuur gespaarde centen weg gaf aan altijd maar dezelfde. Toen ik mijn broer er eens over aansprak zei hij : ‘Je moet ook maar geld vragen, hé. Ze heeft er toch genoeg.’ In mijn mond geblazen bedacht ik : ik val nog liever dood ! Ik kan tenminste zeggen dat ik het helemaal alleen heb verwezenlijkt maar daar had hij geen goesting voor.

De laatste jaren was er nog maar 1 die goed was : mijn broer. Dat hij failliet gegaan was, was pech. Die jongen heeft toch ook nooit geluk, hé. Dat hij veel huishuur moest betalen vond ze erg, maar het was toch zo’n mooi ingericht huis. Zij deden zoveel voor haar : om boodschappen gaan (en ook voor hen wat zij dan betaalde), het gras komen afrijden (voor een vergoeding), komen kuisen (voor drinkgeld), … Een ander moet ik ook betalen. Ja, maar niet zoveel ! Zijn zoon wil een nieuwe gsm van 300 euro ? Geen probleem : Marain zal het wel betalen. Haar eerste kleinkind, de dochter van mijn zus, komt wenen dat ze haar verkeersboetes en autoverzekering niet kan betalen ? Geen probleem : Marain zal helpen. Ze had op een gegeven moment 4 miljoen Bf staan, bij haar dood was er nog 1 van over …

Begrijp me niet verkeer : het gaat niet over het geld. Dat was van haar, daar had zij voor gespaard en mocht het geven aan wie ze wilde. Dat heeft ze ook gedaan, zelfs na haar dood. Maar soms deed het wel pijn. Waarom niet aan alle 3 haar kinderen gelijk geven ? Wij konden het ook gebruiken, hoor. Ik zal het nooit weten.

Wat mij meer pijn deed was het feit dat ik niets meer goed kon doen : ik had niet de ‘juiste’ kleren aan om ‘op de bureau’ te werken (het had geen zin om te zeggen dat iedereen er op mijn werk er zo bij loopt). Ik moest hoogdringend mijn lange haren afknippen en laten ‘coifferen’. Op jouw leeftijd is dat niet meer mooi ! (Ik was toen 25 jaar).

Toen ik alleen ging wonen was ik een hoer. Ze vergat voor de gelegenheid dat mijn zus en haar gezin op het gelijkvloers woonde en mijn broer met zijn gezin op de eerste verdieping. Ik woonde op de (heringerichte) zolders. Het was in mijn vaders ouderlijk huis aan de rokerij. Ik werd goed in de gaten gehouden en alles werd overgebriefd en ik wist het ! Elke week moest ik horen dat ik nooit aan een deftige vent zou geraken !

Ik was de enige die elke week belde naar haar om te vragen of alles goed was, of ze niets nodig had en om af te spreken voor de boodschappen. Het was naar mij dat ze belde tijdens haar hartaanval.

Ik ben de enige die bezig was (is) haar eigen huis af te betalen, maar zelfs daar had ze geen schouderklopje voor over. Mijn huis was niet af en niet mooi ingericht met prullen. Ik had een krot gekocht (haar woorden) !

Ik werd verweten dat ik nooit iets voor haar gedaan had en dat ze alleen op mijn broer kon rekenen. Blijkbaar was ze vergeten dat eerst ik met haar boodschappen deed. Dat ik daarvoor verlof nam. Dat ik haar in mijn auto naar haar zuster in Houthulst bracht. Dat ik haar de tijd gaf om naar het graf van haar ouders te gaan of naar de ‘Grot’ zodat ze daar weer eens kon vertellen over hoeveel tijd ze daar had doorgebracht als kind. Ik was het die naar de apotheek reed als ze weer eens zonder pillen zat. Je moet komen want mijn pillen zijn op. Ik liet alles vallen en deed wat ze me vroeg. Mijn auto was altijd te vuil voor haar, maar was wel goed genoeg om haar te brengen waar ze wilde zijn.

Dat ik haar zelfs niet kwam bezoeken in het ziekenhuis ! Niet juist want ik ben haar elke dag gaan bezoeken en bracht haar zelfs naar huis, toch de eerste keren. Tot die keer dat ze zich van me weg draaide toen mijn broer binnen kwam om me, over haar schouder, te commanderen dat ik de (zijn) kinderen moest stil houden die in de gang aan het spelen waren, terwijl ze aan het fluisteren was tegen mijn broer ! Ik ben al wenend naar huis gereden.

Toen ze me, de laatste keer dat ik bij haar thuis was, na een incident waar ik niets mee te maken had, uitmaakte voor alles wat mooi en lelijk was, was ik zo verbijsterd dat ik niets kon uitbrengen. Ze schreeuwde allerlei verwijten tegen me over dingen waar ik voor niets tussen zat. Ze deed alsof het allemaal mijn schuld was, alsof ik er de oorzaak van was. Ook dingen van een ander schuifde ze in mijn schoenen. Pas toen mijn schat mijn handtas en mantel in mijn armen propte en me naar buiten duwde, kwam ik terug tot leven. Ik stond te schudden van de shock. Ik kon niet naar huis rijden want ik was zo aan het beven dat ik mijn sleutels niet kon vast houden. Mijn liefste heeft gereden. Onderweg en thuis heb ik onbedaarlijk zitten wenen als een klein kind. Steeds weer zeggend : ‘Dat is toch niet waar, hé ? Zo ben ik niet, hé ? Dat was niet ik, hé ? Dat was niet mijn schuld, hé ? Dan verdiende ik toch niet, hé ? Hoe durft ze me zo te beschuldigen ?’ Ik heb mijn mannemens nog nooit zo boos op iemand gezien. Hij was razend dat ze me op mijn knieën gekregen had door haar valse beschuldigingen. Toen ik eindelijk, ergens midden in de nacht, gekalmeerd was en besloot haar nooit meer de kans te geven om zo tegen me uit te varen en ik haar nooit meer wilde zien, vond hij dat een schitterend idee. Hij wist dat ik dan niet meer al wenend thuis zou komen na een bezoekje aan haar.

Toen ze de voorlaatste keer in het ziekenhuis lag zijn mijn zus en ik haar gaan bezoeken. Ze heeft zitten kletsen over koetjes en kalfjes. Ze lichtte op toen mijn broer binnen kwam. Op zijn vraag of ze blij was dat we er waren en wat ze vond van ons (ze had ons al bijna een jaar niet meer gezien) zei ze : ‘ Ze zijn wel erg vervet, hé.’ Dat was wat ik wilde horen van mijn moeder ! Dat ik dikker geworden was, wist ik ook wel. Het was niet daarom dat we gegaan waren. We zijn boos naar huis gereden.

Toen ze de volgende keer in het ziekenhuis lag, ik had haar dan alweer meer dan een jaar niet gezien, ben ik niet meer willen gaan. Het was haar laatste keer. Toen ze me belden om te zeggen dat ze ‘op het laatst’ was, ben ik ook niet geweest. Heb ik daar nu spijt van ? Heel misschien een heel, heel klein beetje … Maar de kans dat ze zou zeggen dat ze me graag zag en dat ze trots op me was, was enorm klein. En om weer de huid vol gescholden te worden … neen, bedankt.

Ik vind het vooral jammer dat we zo’n goede relatie hadden toen ik jong was en dat het helemaal kapot gegaan is door haar weigering me graag te zien en te accepteren zoals ik was/ben. Ze had kunnen zeggen dat ze trots op me was. Dat ik goed bezig was/ben. Dat ik er wel zou geraken en dat alles goed zou komen. Ze kon gelukkig zijn voor me of mijn verdriet delen. Is dat niet wat moeders (normaal gezien) doen ?

Ik weet niet wat er gebeurd is. Misschien heb ik, tijdens het ouder worden, laten blijken dat ik toch mijn eigen ding zou doen. Was ze ontgoocheld dat ik haar raad niet opvolgde ? Niet alles deed wat ze zei ? Leek ik teveel op haar of op mijn vader ? Ik zal het nooit weten.

Wat ik wel weet is dat ik haar niet echt mis. Het automatisme van ‘dit moet ik aan mama vertellen’ of ‘ik moet nog bellen naar mama’, was er al lang uit. Ik heb veel meer verdriet gehad bij het overlijden van mijn vader dan van haar. Dat vind ik erg, maar zo is het nu eenmaal.

Mijn moeder (5)

Ik had niet gedacht dat ik zoveel over mijn moeder zou (kunnen/moeten) schrijven …

Dus een sprookjes huwelijk is het niet geworden voor haar. Ze leefde voor haar kinderen want haar echtgenoot was vaak afwezig.

Toen Parain, haar schoonvader, gestorven was hebben mijn vader en zijn broer de andere kinderen uitgekocht en de zaak alleen verder gezet. Met de opkomst van de frigo’s en diepvriezers konden ze heel het jaar door zaken doen en ‘moest’ mijn vader niet meer met de autocar gaan ‘reizen’. Nu hij tijd had, wilde hij toch niet meer op reis met ons want ‘hij had het al allemaal gezien’.

De zaken gingen goed en de broers verdienden goed geld. Niet dat mijn moeder daar veel van zag : zij kreeg elke week huishoudgeld en moest daarmee rond komen. Ze zorgde ervoor dat ze alles kon betalen. Ik droeg meestal de (verstelde) kleren van mijn zus. Heel soms kon er eens iets nieuws vanaf voor iedereen. Voor haarzelf kocht ze stofjes die ze dan in kleren liet maken door een kleermaakster. Zo nu en dan kon ze eens iets opzij leggen. Ja, sparen kon ze als de beste. We hadden niets te kort maar er was geen luxe.

Wel kwam mijn vader geregeld thuis met het nieuwste ‘snufje’. Iets dat mijn moeder zelden kon appreciëren. Zo hadden wij al heel vroeg een tv, een frigo, een diepvriezer, een kleuren-tv, een vol automatische wasmachine, een Hooverstofzuiger, … Zij vond dat eerst ‘zonde van het geld’ maar toonde/vertelde het wel met trots aan familie en vrienden.

Naar de buitenwereld toe had ze een gelukkig, zo niet perfect, huwelijk. Niemand moest iets weten van wat er binnenskamers afspeelde. Wij mochten er ook nooit iets over laten merken, zelfs niet tegen haar zelf. Lang leve de ‘schone schijn’ ! Misschien daarom dat ik er zelf zo’n hekel aan heb.

Waar ze zo voor vreesde is dan toch gebeurd : mijn vader had een ernstig ongeluk met zijn auto. Hij was niet strontzat en er waren geen andere mensen/voertuigen bij betrokken. Zijn Mercedes 280 was volledig in frieten ! Hij was door het oog van een naald gekropen, zoveel was duidelijk. Hij moest een hele tijd in het ziekenhuis verblijven en heel die tijd kreeg ze geen geld uit de zaak. Dat waren zeer magere tijden voor ons. Zij reed met haar fiets van winkel naar winkel om de nodige produkten zo goedkoop mogelijk te kopen. We aten zoveel mogelijk wat er uit de tuin kwam. Eieren ipv vlees …

Toen zijn rijverbod er eindelijk op zat kwam hij op een middag thuis en moesten we naar buiten komen want ‘hij had een verrassing’. Op de oprit stond een splinternieuwe Mercedes 250 ! Typisch vader ! Ik dacht dat mijn moeder hem ging vermoorden ! Wij hadden net geen honger geleden en ‘Mijnheer’ kwam aanzetten met een betaalde auto van 250.000 BF (in 1973) ! Wij, de kinderen, dachten toen echt dat ze ons in de steek zou laten. Gelukkig is ze niet verder dan de bushalte gegaan en is ze terug naar huis gekomen.

Na zijn ongeval hebben ze een soort van evenwicht gevonden. Hij dronk niet meer tijdens de week op café. Eens hij thuis was, na het avondeten, nam hij de fles whiskey en een glas, zette zicht voor de tv (waarover hij baas was) en ging niet slapen voor de fles leeg was (de laatste jaren toch). Alleen op zondag ging hij naar ‘de jacht’ (hij was een jager op klein wild) en kwam hij dronken thuis. We hadden dan 2 kansen : ofwel was hij boos en dan was ik de enige van de kinderen die beneden durfde blijven, ofwel zat hij onnozel te doen achter zijn stuur terwijl hij wachtte tot ik de poort open deed zodat hij zijn auto in de garage kon rijden. Dat laatste betekende dat hij frietjes mee had en wij moesten er allemaal van eten. Ook al zaten we al in bed, mama moest ons wakker maken. Ons hoorde je niet klagen.

Ze maakten zelden nog ruzie, hielden rekening met elkaar, spraken af wanneer de beste dag was dat hij met mijn moeder zou boodschappen doen met de auto, gingen geregeld op bezoek bij (haar) familie, er kwamen geregeld vrienden/familie/zakenrelaties eten en moeder zorgde dat alles piekfijn in orde was, leefden als broer en zus samen, … Toen heb ik geleerd dat ik nooit zo in een relatie zou willen leven !

Mijn zus ‘moest’ trouwen voor haar 19de verjaardag met een jongen die net 16 jaar geworden was. Schande ! Oneer ! Mijn vader was er meer gelaten over. Mijn broer trouwde enkele jaren later met een meisje die in de zaak werkte ! Een viswijf ! Beneden zijn stand, vond mijn moeder. Mijn papa zag dat ze gelukkig waren en vond het goed.

Ik had een goede relatie met mijn moeder. Als de jongste kind zijnde hebben wij veel tijd samen door gebracht. Mijn zus was het huis uit, mijn broer ging voetballen of ging uit en wij waren alleen thuis. Ik kon haar alles vragen en we hadden vele theorieën over God, het leven na de dood, buitenaardse wezens, … Later spraken we over homo’s, sex, muziek, … Elk onderwerp was goed, er waren geen taboe’s. We begrepen elkaar en konden het goed vinden samen.

Eens op een kerstfeestje, ik was dan ongeveer 20 jaar, met alleen wij, hadden we allemaal teveel gedronken. In die toestand werden de verwijten luidruchtig geuit. Mijn vader voelde zich aangevallen en begon te ‘drummen’ tegen moeder. Mijn broer kwam er tussen en bedreigde mijn vader. Verslagen trok die zich terug en zei : Je trouwt dan met een cafévrouw en na het huwelijk wil ze niet meer uit en blijkt ze frigide te zijn ! Leef daar eens mee. Geen wonder dat ik het op een ander zocht. Het beeld dat ik tot dan had van mijn vader was wat ik van mijn moeder gehoord had. Ik hoorde nu de andere klok luiden en begreep hem beter. Ik was ook boos op mijn moeder dat ze ons vader zo slecht had afgeschilderd. Ik ben namelijk jaren boos op hem geweest voor wat hij mijn moeder had ‘aangedaan’. Na die keer hadden we een afspraak wanneer we allemaal samen waren : ‘geen politiek’. Dat wil zeggen : geen pijnlijke onderwerpen meer bespreken en zeker niet wanneer we allemaal dronken waren. Schone schijn !

Toen mijn vader bijna 54 jaar was, ging hij naar het ziekenhuis om een zweer te laten open snijden. Er zijn complicaties gekomen en 3 weken later was hij dood ! Wij wisten niet hoe wij het hadden. De grond was van onder onze voeten weg. Hoe moest het nu verder ?

Mijn broer en schoonbroer werkten al in de zaak, samen met hun vrouwen, en hebben de zaak draaiende gehouden tot de mannen firma overgenomen hebben. We hebben afgesproken dat we mama nooit uit haar huis zouden zetten, ook al hadden we elk 1/8 geërfd.

Kort na de dood van ons vader begon mijn moeder raar te doen. Ze voelde dat ‘haar’ Rudi (de Duitser) bij haar was. Ze heeft heel haar leefomgeving aan hem getoond. Ze praatte tegen hem alsof hij naast haar zat. Wij dachten dat ze gek aan het worden was maar lieten haar doen. We hielden haar wel goed in het oog, voor het geval dat …  Dat heeft enkele maanden geduurd. Opeens verklaarde ze dat hij ‘weg’ was en werd ze weer zichzelf. Ze begreep niet wat hij had komen doen. Ik heb haar uitgelegd dat Rudi waarschijnlijk gestorven was en dat hij, voor hij naar ‘het volgende’ ging, wou zien wat er van haar gworden was. Nu hij gezien had dat ze een goed leven had, kon hij vertrekken. Daar kon ze vrede mee nemen. Wat moest ik anders zeggen ?

De volgende jaren waren voor haar de gelukkigste. Ze had haar huisje voor haar alleen (Ik moet nooit nog een man in huis hebben ! ), had eindelijk meer dan geld genoeg, was haar eigen baas (van haar tijd, haar huishouden en ook van de tv), haar kinderen waren gelukkig, hun zaak draaide goed (zo niet de rokerij, dan wel een andere), … Eerst ik, en later ‘haar’ zoon, reden elke week met haar naar de winkels om haar boodschappen te helpen doen. Ze ging geregeld voor enkele dagen naar haar familie, de kinderen van haar zus die bij haar aan de kust hadden komen logeren. Ze waren het niet vergeten.

Ik denk niet dat ze mijn vader heel erg gemist heeft.

De volgende keer het slot en de epiloog.

Mijn moeder (4)

De vorige delen vinden jullie wel terug, hé.

Het huwelijk voltrok zich in mei 1953. Zij was 30, hij 23 jaar. Het was een ‘groot’ huwelijk want haar schoonouders waren zelfstandigen en wilden al hun zakenrelaties laten meevieren. Haar familie was wat onder de indruk maar zeer ingenomen. Ha ja, hun dochter/zuster was goed terecht gekomen. Wie had dat (nog) gedacht ?

Al snel bleek dat mijn vader ietwat jaloers was en wilde niet dat mijn moeder nog in ‘dat’ café werkte. Zeker zou ze het nooit mogen overnemen ! Daar ging haar droom.

Aangezien mijn moeder sedert haar 14de geen dag zonder werk geweest was, is ze dan maar een kruidenierswinkel begonnen in de Langestraat. Mijn vader zou helpen …

Mijn vader werkte in de winter voor zijn ouders in de sprotrokerij. Er waren toen nog geen frigo’s dus moesten ze in de zomer ander werk doen. Traditiegetrouw werkte de familie dan in de boomgaarden van d’Outryve-d’Ydewalle : fruit plukken, verkopen op de markten, hout klieven, …

De winkel bleek meer werkt te zijn dan verwacht en veel hulp van mijn vader moest ze niet verwachten, zo bleek na een tijdje. Hij wilde zijn zorgeloze leventje verder zetten : werken, geld verdienen, uitgaan, plezier maken, … Mijn moeder was van Houthulst en dat is er nooit uitgegaan : werken, sober leven, sparen. Tegenpolen dus.

Toen er teveel moest weg gegooid worden wegens niet meer vers (groenten en fruit) besloot ze de winkel te stoppen. De huur was te hoog en de levensruimte te krap geworden wegens hun eerste kind, mijn zus.

Ze is dan een koude bakkerij begonnen in de St.-Amandsstraat. Ook dat was geen lang leven beschoren. Zo rond die tijd werden haar schoonouders ziek. Marain had kanker en Parain leed aan suikerziekte. Aangezien mijn vader vond dat ‘zijn’ vrouw niet hoefde te werken, werd de bakkerij overgelaten en zijn ze gaan inwonen bij haar schoonouders. Het huis was groot genoeg want ze hadden er 5 kinderen in groot gebracht.  Er was een dienstmeid en mijn moeder … Mijn vader zette ondertussen zijn lustige leventje verder.

Toen oma gestorven was en ze zwanger was van haar 2de kind, wilde ze een eigen huis. Haar schoonvader verstond haar en heeft zeer veel geholpen (met geld, materiaal en goede werklui) om haar droom te verwezenlijken. Hij zou het wel rooien met de meid en zou een beroep doen op ‘werkvolk’ uit de rokerij.

Hoogzwanger zijn ze verhuisd naar hun huisje. Ze vertelde dat ze kasten aan het uitwassen was en dat haar buik op de grond sleepte. Mijn vader was ondertussen, in de zomer, van werk veranderd : hij reed met een autocar, voor een firma, toeristen rond in heel Europa. Hij was soms weken aan een stuk van huis weg. Ze stond er alleen voor. Gelukkig waren er geen geldproblemen. Niet dat ze het breed had, maar ze kon alles betalen en eten op tafel zetten. Ze leefde zuinig : maakte zelf kleertjes, de breiwol werd verschillende keren gebruikt, …

Enkele jaren later was ik er ook. Ze had dan 3 kinderen in 5 en een half jaar tijd, een groententuin, kippen, konijnen, een hond, enkele poezen, een huis te onderhouden, ook alle bloemen en planten moesten er steeds verzorgd uit zien, … En haar man ? Die was aan het werk en nadien nog 1 gaan drinken met de ‘gasten’ of door Europa aan het rijden.

Ze heeft vaak gezegd dat ze nooit op een boerderij wilde wonen maar dat was het wel zo een beetje geworden. Ook wilde ze nooit iets met vis te maken hebben …

Aangezien zij altijd thuis was en mijn vader zo vaak weg, of we zagen hem tijdens de week niet (hij stond later op, kwam later middageten, kwam ’s avonds laat thuis) zijn we eigenlijk met haar opgegroeid en zij zat vast aan ons.

Ja, ze was Madame R(familienaam), had een prachtig huis, mooie beleefde kinderen (we moesten wel of anders kregen we, zonder pardon, een lap tegen onze oren !), … maar een echtgenoot die er zelden was (voor haar) en die alleen maar mee wilde als het naar familie was.

Ze probeerde ons katholiek op te voeden en ging met ons elke zondag naar de kerk. Hij wilde nooit mee, alleen voor een trouw of begrafenis kon ze hem overtuigen.

We gingen in de zomer met de trein naar Blankenberge, zonder papa, en mochten spelen op het strand en in het ondiepe water. Ze nam een stoel voor alleen haar. We hadden ons eigen drinken en eten mee. Wanneer we zeer braaf waren geweest kregen we, op de terugweg, een ijsje. Dat kregen we eigenlijk altijd want ze lustte dat ook zeer graag.

Ik kan de keren tellen wanneer mijn vader mee gegaan is. Wanneer hij mee was gingen we met de auto, kregen al een ijsje van zodra we er waren, ook nog een Boule de Berlin en een ijsje op de terug weg. Happy days ! Toch voor ons want vader viel in slaap, deed een grote wandeling (alleen), ging ver in zee zwemmen zonder op ons te letten, …

Ik herinner me nog die keer dat hij zou mee gaan. Iedereen dolgelukkig ! We reden naar de kust maar hij parkeerde de auto niet. We mochten uitstappen en alleen naar het strand gaan. ‘Hij had nog werk’. Ik zie nog de tranen in de ogen van mijn moeder. We zijn die dag heel braaf geweest …

Ook herinner ik me de vele ruzies toen we al in bed lagen. Hij kwam laat en dronken thuis, zij begon hem uit te schelden, hij nam dat niet, zij hield niet op, hij gaf haar een duw, er viel iets aan stukken, zij krijste nog luider, hij gaf haar klop, zij begon te wenen en wij naar beneden om hen te scheiden. Ik weet nog dat ik als klein kind tussen hen in ging staan met mijn armpjes wijd open en al huilend vroeg dat ze zouden ophouden. Ik kreeg van elk een slag in mijn gezicht en moest terug naar bed. Het was niet elke avond zo, maar toch geregeld.

Hoe hard het ook voor mijn moeder moet geweest zijn, voor ons was ‘ons’ papa de liefste van heel de wereld ! Hij had altijd tijd voor ons (wanneer hij er was). Bracht altijd iets mee van zijn reizen. Was gul met geld (wat wij zeker niet gewoon waren) – binnen rede natuurlijk (Wil je een paard/pony ? Je bent van het goede jaar, jij !). Hij had altijd grappige verhalen (die we toen nog niet allemaal begrepen). Leerde ons zelfstandig denken, niet alles zomaar aanvaarden en/of voor waar aannemen. Hij maakte dingen (vb een slede die veel te zwaar voor de hond bleek om te trekken). Was altijd bereid om een ‘practical joke’ te helpen uitvoeren (vb een grote bol sneeuw op het half open garagedeur plaatsen zodat de eerste die de deur open deed, de sneeuw in zijn/haar nek kreeg. Een emmer water was in de zomer ook goed, zelfs binnen in huis ! De grootste sneeuwman aller tijden helpen maken, altijd gevolgd door een sneeuwballengevecht. Wanneer hij thuis kwam van een reis mochten we in de autocar spelen en mee gaan naar de garage. Wij zaten dan in het midden en hij remde of trok hard op zodat wij konden glijden van voor naar achter en terug. Ook met zijn auto deed hij ‘kunstjes’ tot groot ongenoegen van mijn moeder. Hij ‘sprong’ over een bult in de weg of liet de auto glijden in de bocht als in een ralley. Wij vonden dat allemaal schitterend ! Mijn moeder niet, want zij zag het gevaar ervan in. Hij niet.

Al van kleins af wist iedereen in huis dat mijn zus zijn oogappel was. Ze kon niets verkeerd doen, wat mijn moeder niet graag had. Ook wisten we dat mijn broer niets goed kon doen in zijn ogen en daarom nam mijn moeder hem in bescherming. Mij zagen ze alle 2 graag …

Het beloofde sprookjeshuwelijk heeft ze zeker niet gehad. Hoe het verder ging vertel ik de volgende keer.

Mijn moeder (3)

Haar kinderjaren en oorlogsjaren kan je hier lezen.

De oorlog is voorbij, de bezetters en bevrijders zijn vertrokken.

Ik heb er haar nog naar gevraagd maar zij heeft geen repressailles ondervonden, geen hoofd kaal geschoren, geen verwijten, misschien wat scheef bekeken maar daar trok zij zich niets van aan.

Ook op mijn (herhaaldelijk) vragen wist ze niet wat er zich allemaal had afgespeeld. Ze had geen weet van de vernietigingskampen, wel was ze daar later zeer verdrietig over. Ze geloofde dat het werkkampen waren en dat iedereen na de oorlog terug thuis zou komen. ‘Er was nog geen berichtgeving zoals nu, hé, kind. Ik las geen kranten en zelfs die waren gecencureerd door de Duitsers, weet ik nu. Net zoals de nieuwsbeelden die we in de cinema, voor de film, te zien kregen. Wisten wij veel wat de klutsers allemaal uitspookten ! Ik denk zelfs dat vele Duiters het zelf niet wisten …’

Ze was 22 jaar, gezond, mooi en gelukkig in haar werk. Volgens haar familie hoog tijd dat ze trouwde maar dat zag ze anders. Ze genoot van de aandacht maar veel verder dan dat wilde ze niet gaan.

Tijdens haar 2 weken verlof huurde ze een huisje aan de kust. Ze bleef er enkele dagen alleen, om te genieten van de rust. De rest van de tijd verbleef ze er met de 4 kinderen van haar zus (die 16 jaar ouder was). Iedereen genoot zo van die tijd dat ze er nu nog van spreken. Ze had een fototoestel waarmee ze veel foto’s nam van de spelende kinderen.

Tijdens een van haar bezoeken aan haar ouders zag ze plots brieven liggen die aan haar gericht waren. Ze was stomverbaasd dat die geopend waren. Ze waren geschreven door een Duitser die krijgsgevangen zat. Rudi was niet meer dan een vriend geweest maar hij schreef hele sprookjes met haar als onderwerp. Tot groot ongenoegen van haar familie heeft ze terug geschreven.  Ze was een beetje overdonderd door zijn schrijfsels.

Toen hij naar Engeland moest om de rest van zijn gevangenschap uit te zitten, vroeg hij haar om hem daar te komen bezoeken. Tot afgrijzen van (bijna) iedereen heeft ze hem daar bezocht.

De correspondentie bleef duren. Hij wilde dat ze, eens hij vrij was, zouden trouwen. Hij zou kunnen werken bij zijn broer in Duitsland. Ze zouden daar leven en gelukkig zijn. Haar hele familie was er tegen en raadde haar aan om het niet te doen : Duitsland was nog bezet en in opbouw. Er was armoede en ze zou scheef bekeken worden.

Ze heeft getwijfeld tot op het moment dat ze afgesproken hadden om elkaar te zien en ze samen zouden vertrekken. Ze is die afspraak niet nagekomen en heeft niets meer van haar laten horen. Ze is bezweken voor de druk van haar familie. Veel later is ze te weten gekomen dat Rudi naar het huis van haar ouders is langs gegaan, maar die hebben hem niet willen te woord staan.

Ze was meer dan bereid om, later, de café over te nemen. Ze zou nu en dan een ‘aanhouder’ nemen. Een huwelijk hoefde niet voor haar. Ze had genoeg aan haar leventje en het vertroetelen van de kinderen van haar zus. Ze had haar keuze gemaakt en was gelukkig.

Toen ze 28 of 29 jaar was verscheen mijn vader ten tonele. Hij zag haar en moest & zou haar krijgen ! Zij was de vrouw van zijn leven ! Dat ze 7 jaar ouder was kon hem niet schelen. Zij was het !

Hij maakte haar het hof door haar te overladen met cadeau’s, te smijten met zijn geld, haar mee te nemen naar waar ze ook maar wilde in zijn dure auto (enfin, die van zijn vader, maar wist zij veel). Hij was een gezonde, mooie kerel met meer geld dan verstand (haar woorden). Hij was een snotneus in haar ogen maar wel een die van geen ophouden wist. Hij had een goed voorkomen, had manieren, een getraind lichaam (van hout te klieven in de zomer) en viel zeer in de smaak bij haar familie. Ja, een lieve charmeur is hij altijd gebleven.

Aangezien hij haar niet met rust liet en het, volgens haar familie, haar laatste kans was op een (goed) huwelijk, heeft ze toegegeven. Ze zou trouwen in een rijke familie met een man die haar aanbad. Ze zou een goed leven hebben …

Hoe dat uitgedraaid is vertel ik de volgende keer.

Mijn moeder (2)

De ‘kinderjaren’ van mijn moeder kan je hier lezen.

Toen ze ongeveer 18 jaar was, is ze op haar eentje naar Brugge gekomen om te werken. Ze had er over gehoord van een vriendin die al in Brugge werkte en ze zag dat meer zitten dan te moeten ‘dienen’.

Als ze dan toch niet thuis kon wonen, kon ze evengoed werken en wonen in een ‘grootstad’, wat Brugge toen al een beetje was. In elk geval was ze weg uit dat ‘boeregat’ van een Houthulst (haar eigen woorden).

Het was ook met kost en inwoon maar de verdienste had ze zelf meer in de hand : de fooien mocht ze (meestal/grotendeels) houden.

Ze kon beginnen als barmeid op de Markt. Lang is ze daar niet gebleven want ‘het eten was er niet goed’. Ze heeft zo in enkele cafées gewerkt op ’t Zand en de Markt.

Toen mocht ze in ‘Den Anker’ beginnen. Ze had daar een mooie kamer, het eten was er goed, de uitbaatster was eerlijk en vriendelijk. Ze moest zich alleen met ‘haar’ bar bezig houden dus niet kuisen, koken, wassen. Ze moest maar rond 9 uur opstaan, had tijd om te ontbijten, de bar wat opkuisen en klaar zetten want tegen 10 uur ging de café open en kwamen de eerste klanten binnen. Er waren enkele kamers te huur (niet per uur) voor toeristen of bezoekende (buitenlandse) CEO’s van de grote bedrijven in en rond Brugge. Er was een biljartvereniging en een kaartersclub. Het waren meestal zelfstandigen die er kwamen. Het was een rustige café en had een zeer goede reputatie. De uitbaatster was als een moeder voor haar. Ze hebben haar zelfs nog meegenomen op reis. Ze werkte daar graag.

Ze had 1 dag per 2 weken vrij. De ene keer ging ze naar de cinema, de andere ging ze naar huis om haar ouders wat te sponseren. Het liefst ging ze niet naar Houthulst omdat haar conservatieve moeder zich liet opmaken door haar dorpsbewoners en buren, die kwamen vertellen dat mijn moeder een hoer was. ‘Natuurlijk dachten ze dat, die jaloerse achterbakse pummels ! Ik was mooi en modern gekleed, mijn nagels waren gelakt, mijn handen verzorgd, mijn haren gecoiffeerd, droeg altijd een hoed op straat, … Wat kenden zij van mode. Mijn kleren kwamen van Brussel of Antwerpen, hé, kind !’ Ze kon er zich, na al die jaren, nog over opwinden. Het deed haar pijn dat ze haar moeder zo opmaakten en (erger) dat haar moeder het dreigde te geloven !

Zo nu en dan was een man die wat rond haar draaide en die meestal ook getrouwd bleek te zijn, maar veel is er nooit gebeurd. Over zo’n dingen was ze eerlijk tegen mij, zeker toen ik al ouder was. Ook omdat haar bazin er vlug genoeg een stokje voor stak. Er gebeurden geen ontfatsoelijke dingen in haar café of met haar personeel !

Toen kwam de oorlog.

Omdat er Duitse officieren logeerden mocht het café open blijven. Ze heeft nooit last gehad van ‘de Duitsers’, heeft ze verteld, integendeel, ze waren zeer beleefd. Zij was een jonge, mooie vrouw die zichzelf verzorgde en op een afstand hield. Toch heeft ze enkele ‘lieven’ gehad. De eerste was ‘iets’ ouder en behandelde haar als een porselijnen pop (haar woorden), maar heeft haar toch ‘de liefde’ leren kennen. Toen werd hij overgeplaatst heeft daar ze toch van afgezien. Ik weet niet juist hoeveel geliefdes ze heeft gehad maar ik vermoed niet zo veel omdat haar relaties toch ‘langdurig’ waren, zo ik me herinner.

Tijdens de oorlog was alles op rantsoen maar toch heeft ze geen honger geleden. Ook dan bloeide de ruilhandel, blijkbaar. De bezetters knepen een oogje dicht. Ze gaven zelfs soms iets of lieten iets achter.

Ook haar bezoekjes naar haar ouderlijk huis konden door gaan. Soms werd ze met een auto gebracht door haar ‘vriend’, wat haar ouders zeker niet konden appreciëren. Wel aanvaardden ze graag wat ze meebrachten. Ook dat deed haar pijn. Dat zag ik zo terwijl ze het vertelde.

Toen was er ‘de bevrijding’ en kwamen de Canadezen en Engelsen. Die waren veel vrijpostiger en daar kon ze eerst niet echt mee om. Gelukkig waren er genoeg officieren in de buurt die haar beschermden. Ze werd zelfs vrienden met enkele die daar logeerden.

Over de Amerikanen, die later kwamen, had ze niet veel goeds te vertellen : verspilling (eten weggooien, dat doé je toch niet !), grootspraak (everything is big in America – pff), zelfs de officieren konden handtastelijk worden, geen manieren, geen respect. Maar mijn moeder kon daar toen al weg mee. Ze was ondertussen ook al ouder en wijzer. Zo was er eens zo’n Amerikaan die wilde opscheppen over zijn (rijke) broer. Hij toonde haar een foto van zijn broer in een riksja. Mijn moeder vroeg wie van de 2 mensen op de foto zijn broer was : die in de rikjsa of degene die het trok. ‘And which one is your brother ?’ Ja, ze kon venijnig uit de hoek komen. Toen al.

Toen ook zij vertrokken kon het ‘gewone’ leven weer verder gaan, al zou het nooit meer hetzelfde zijn. Daarover vertel ik een volgende keer …