Mijn moeder (2)

De ‘kinderjaren’ van mijn moeder kan je hier lezen.

Toen ze ongeveer 18 jaar was, is ze op haar eentje naar Brugge gekomen om te werken. Ze had er over gehoord van een vriendin die al in Brugge werkte en ze zag dat meer zitten dan te moeten ‘dienen’.

Als ze dan toch niet thuis kon wonen, kon ze evengoed werken en wonen in een ‘grootstad’, wat Brugge toen al een beetje was. In elk geval was ze weg uit dat ‘boeregat’ van een Houthulst (haar eigen woorden).

Het was ook met kost en inwoon maar de verdienste had ze zelf meer in de hand : de fooien mocht ze (meestal/grotendeels) houden.

Ze kon beginnen als barmeid op de Markt. Lang is ze daar niet gebleven want ‘het eten was er niet goed’. Ze heeft zo in enkele cafées gewerkt op ’t Zand en de Markt.

Toen mocht ze in ‘Den Anker’ beginnen. Ze had daar een mooie kamer, het eten was er goed, de uitbaatster was eerlijk en vriendelijk. Ze moest zich alleen met ‘haar’ bar bezig houden dus niet kuisen, koken, wassen. Ze moest maar rond 9 uur opstaan, had tijd om te ontbijten, de bar wat opkuisen en klaar zetten want tegen 10 uur ging de café open en kwamen de eerste klanten binnen. Er waren enkele kamers te huur (niet per uur) voor toeristen of bezoekende (buitenlandse) CEO’s van de grote bedrijven in en rond Brugge. Er was een biljartvereniging en een kaartersclub. Het waren meestal zelfstandigen die er kwamen. Het was een rustige café en had een zeer goede reputatie. De uitbaatster was als een moeder voor haar. Ze hebben haar zelfs nog meegenomen op reis. Ze werkte daar graag.

Ze had 1 dag per 2 weken vrij. De ene keer ging ze naar de cinema, de andere ging ze naar huis om haar ouders wat te sponseren. Het liefst ging ze niet naar Houthulst omdat haar conservatieve moeder zich liet opmaken door haar dorpsbewoners en buren, die kwamen vertellen dat mijn moeder een hoer was. ‘Natuurlijk dachten ze dat, die jaloerse achterbakse pummels ! Ik was mooi en modern gekleed, mijn nagels waren gelakt, mijn handen verzorgd, mijn haren gecoiffeerd, droeg altijd een hoed op straat, … Wat kenden zij van mode. Mijn kleren kwamen van Brussel of Antwerpen, hé, kind !’ Ze kon er zich, na al die jaren, nog over opwinden. Het deed haar pijn dat ze haar moeder zo opmaakten en (erger) dat haar moeder het dreigde te geloven !

Zo nu en dan was een man die wat rond haar draaide en die meestal ook getrouwd bleek te zijn, maar veel is er nooit gebeurd. Over zo’n dingen was ze eerlijk tegen mij, zeker toen ik al ouder was. Ook omdat haar bazin er vlug genoeg een stokje voor stak. Er gebeurden geen ontfatsoelijke dingen in haar café of met haar personeel !

Toen kwam de oorlog.

Omdat er Duitse officieren logeerden mocht het café open blijven. Ze heeft nooit last gehad van ‘de Duitsers’, heeft ze verteld, integendeel, ze waren zeer beleefd. Zij was een jonge, mooie vrouw die zichzelf verzorgde en op een afstand hield. Toch heeft ze enkele ‘lieven’ gehad. De eerste was ‘iets’ ouder en behandelde haar als een porselijnen pop (haar woorden), maar heeft haar toch ‘de liefde’ leren kennen. Toen werd hij overgeplaatst heeft daar ze toch van afgezien. Ik weet niet juist hoeveel geliefdes ze heeft gehad maar ik vermoed niet zo veel omdat haar relaties toch ‘langdurig’ waren, zo ik me herinner.

Tijdens de oorlog was alles op rantsoen maar toch heeft ze geen honger geleden. Ook dan bloeide de ruilhandel, blijkbaar. De bezetters knepen een oogje dicht. Ze gaven zelfs soms iets of lieten iets achter.

Ook haar bezoekjes naar haar ouderlijk huis konden door gaan. Soms werd ze met een auto gebracht door haar ‘vriend’, wat haar ouders zeker niet konden appreciëren. Wel aanvaardden ze graag wat ze meebrachten. Ook dat deed haar pijn. Dat zag ik zo terwijl ze het vertelde.

Toen was er ‘de bevrijding’ en kwamen de Canadezen en Engelsen. Die waren veel vrijpostiger en daar kon ze eerst niet echt mee om. Gelukkig waren er genoeg officieren in de buurt die haar beschermden. Ze werd zelfs vrienden met enkele die daar logeerden.

Over de Amerikanen, die later kwamen, had ze niet veel goeds te vertellen : verspilling (eten weggooien, dat doé je toch niet !), grootspraak (everything is big in America – pff), zelfs de officieren konden handtastelijk worden, geen manieren, geen respect. Maar mijn moeder kon daar toen al weg mee. Ze was ondertussen ook al ouder en wijzer. Zo was er eens zo’n Amerikaan die wilde opscheppen over zijn (rijke) broer. Hij toonde haar een foto van zijn broer in een riksja. Mijn moeder vroeg wie van de 2 mensen op de foto zijn broer was : die in de rikjsa of degene die het trok. ‘And which one is your brother ?’ Ja, ze kon venijnig uit de hoek komen. Toen al.

Toen ook zij vertrokken kon het ‘gewone’ leven weer verder gaan, al zou het nooit meer hetzelfde zijn. Daarover vertel ik een volgende keer …

9 thoughts on “Mijn moeder (2)

  1. ‘k Ben dol op zulke verhalen! Dat vind ik ook het grote voordeel van mijn job. Ik heb wel niet altijd de tijd om mensen hun hele levensloop te aanhoren, maar nu en dan gebeurt dat wel, of tenminste toch relevante fragmenten ervan. Ik geniet daar echt van en word er ook nog eens voor betaald!

  2. Toch is zo’n blog een prima manier om ermee verder te komen. Je kunt de tijd nemen om het te verwoorden, je denkt erover na en dan zijn er ook nog mensen die jouw verhaal willen lezen en je dat willen laten weten. Niet gek toch?

  3. Pingback: Mijn moeder (3) « Mich & co.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s