Weg …

Toen ik deze ochtend opstond vond ik de poes niet. Hij lag niet op ‘zijn’ plaatsje, onder een paneel van de schutting.

Ik ben de hele dag op mijn ongemak geweest. Toen ik terug thuis kwam was hij er nog niet. Ik heb gezocht maar niet gevonden. Ook mijn buurman heeft hem niet meer gezien en het eten is onaangeroerd gebleven.

Ik weet dus niet of hij verder getrokken is of ergens weggekropen om (toch) te sterven …

In elk geval heb ik gedaan wat ik doen moest : ik heb hem eten, drinken, liefde en knuffels gegeven. Zoveel ik kon. Ik verwijt mezelf niets.

De dierenarts die vanavond voor hem zou langs komen heb ik afgebeld.

Ik zal blijven uitkijken en hopelijk zie ik hem nog eens terug : heel dik en gezond, al vrees ik ervoor. Ik kan maar hopen dat zijn lijden over is …

Advertenties