Dreigementen

Bij Madameblogt vond ik dit postje en dat deed me aan volgende denken :

Toen ik klein(er) was dreigde mijn vader, wanneer ik stout was, dat hij me naar het Internaat in Pecq zou sturen. Dat ligt in Henegouwen en daar mag alleen Frans gesproken worden en de straffen op Vlaamsspreken zouden zeer ernstig zijn, zo zei hij, heel boos.

Met dit zwaard boven mijn hoofd hij me lange tijd in het gareel  kunnen houden. Ik stelde me allerlei straffen voor die ik zou moeten ondergaan omdat ik niet graag Frans sprak en het dus ook niet goed kende. Nu nog eigenlijk niet, maar dit terzake. Hij zei er ook bij dat hij met niet zou komen halen voor ik weer ‘manieren’ geleerd had.

Aangezien ik dat absoluut niet zag zitten, deed ik dus nog meer mijn best dat mijn kattenkwaad niet uit kwam. Want heel braaf en mak heeft hij me nooit gekregen. Ik denk ook niet dat het de bedoeling was dat ik een doetje werd. Eerder dat ik nadacht over de gevolgen van mijn daden en dat ik het beter aanpakte. Want hij was zelf steeds tot een grap of poets bereid. ‘Teken van liefde’ zo noemde hij het. De emmer met water of grote sneeuwbal bovenop de half geopende deur hebben we van hem geleerd.

Toen ik wat ouder werd en hij dreigde weer eens, heb ik hem duidelijk gemaakt dat het niet zou lukken, toch niet voor lang. Ik zou me verzetten in die school door niet te leren, geen taken af te geven, enkel en alleen Vlaams te praten tot ik buiten gesmeten werd. Mijn argument : ‘Ook al moet ik op de bureau van de Directrice schijten’ was doorslaggevend. En kwam hij me niet halen dan zou ik wel thuis geraken. Mocht ik niet meer binnen dan zou ik rond trekken en ze zouden nooit nog iets van me vernemen !

Tot mijn grote verbazing begon hij, na mijn pleidooi, te brullen van het lachen. Ik begreep er niets van. Hij verklaarde dat hij zijn doel had bereikt : ik was nu ‘groot’ genoeg en hij zou me met rust laten. Hij vond dat ik mijn eigen ‘ik’ had gevonden en nooit meer zou toegeven aan dreigingen. Hij vertelde er ook nog bij dat hij me nooit zou weggestuurd hebben want dat hij me teveel zou gemist hebben. Ook dat hij uitkeek naar wat ik nu weer uitgespookt had, met mijn rebelse aard, maar dat hij dat toen niet kon toegeven. Ik moest toch een beetje ingetoomd worden.

Dat hij ook op dat punt gelijk heeft gekregen moet ik niet meer vertellen. Ik geef nooit (meer) toe aan dreigementen. Iemand heeft eens gedreigd mijn gezicht met een mes te bewerken. Ik heb gezegd dat hij dat maar moest doen en dat hij me beter direct kon dood doen, want wanneer ik genezen was, IK hem zou vinden en ook eens zou ‘spelen’ ! Hij heeft er vanaf gezien omdat hij zag dat ik het meende, meer dan hem. Ik zou geen goede gijzelaar zijn want ik zou niet, nooit meewerken !

Mens, wat ik mis ik die man !