Collegiaal als we zijn.

We werken ons uit de naad om er te geraken. We staan niet te kletsen maar doen voort. We houden de telefoongesprekken zo kort mogelijk om zoveel mogelijk dossiers buiten te krijgen. Eindelijk, op het einde van de vorige week, krijgen we het signaal dat we er waarschijnlijk zullen geraken : het saldo, van de nog af te werken dossiers, wordt laag en de afwerkingstermijnen zijn goed. Tegen 6 januari, wanneer we allen terug uit verlof zijn, zullen we nog niet buiten termijn zijn en zullen we, hopelijk, tegen het eind van die maand weer ‘mee’ zijn.

Komen we maandagochtend, fris en monter, op het werk om te horen dat we 500 dossiers moeten afwerken van een ander Bureau ! Verslagenheid alom ! Iedereen op slag zijn humeur kwijt ! Met z’n allen roepen we uit : Hoe is dat mogelijk ? Hebben wij geen afwezigen misschien ? Wat met de collega die voor 2 jaar in pensioen is  ? Of met de collega die al maanden out is wegens haar strijd tegen kanker ? 2 andere die al deeltijds voor een andere dienst moeten gaan werken ? Allen werden niet vervangen ! Wat met afwezigheiden wegens korte ziektes, verloven, sterfgevallen, … ? Wij moeten ons verlof wikken en wegen voor ‘de dienst’, komen ziek werken, geven het beste van onszelf. En waarom ? Om heel onze planning overhoop te zien en collega’s uit de nood te helpen ? ‘Natuurlijk.’ zegt de directeur en wij, brave schapen, doen wat van ons gevraagd wordt en gaan aan de slag. 

3 mensen worden gekozen, waaronder ik, die zich met die dossiers zullen bezighouden. Onze toegang wordt gewijzigd zodat we enkel dossiers van dat Bureau kunnen afwerken, we krijgen lijsten, moeten alles uit de computer halenwant we hebben geen papieren (was niet haalbaar om ze over te maken), moeten opeens franstalige documenten kunnen lezen, een andere manier van noteren eigen maken, … aanpassen dus.

Maar het gaat vlot, veel te vlot. We hadden gevreesd dat we er met z’n drieën 5 dagen zouden over doen  en zo 15 werkdagen zouden verliezen. Maar morgen zullen ze er al door zijn ! Zo verliezen we maar 8 werkdagen. De collega’s hebben nog een tandje bijgestoken en het werk dat wij normaal gezien zouden doen deze dagen, ook al zoveel mogelijk gedaan. Zo hebben we weinig verlies geleden qua productie. Dat we allen met splijtende hoofdpijn naar huis gaan elke dag, kan de directeur niet deren : zijn Bureau heeft zich weer van zijn mooiste kant laten zien.

Graag gedaan, maar hopelijk moeten we dat nooit meer doen, want leuk is anders. Voor volgend jaar zal er ook een en ander veranderen : geen verlofplanning meer, niet meer haastig werken voor saldo en termijnen, integendeel … zeggen we nu.

Advertenties