Collega’s.

Ik heb er veel, zo ongeveer 80.

Op mijn verdieping zitten er ongeveer 50 waarvan de helft in mijn dienst. Er zitten daar niet meer dan 10 mannen tussen. Wij, 40 vrouwen, hebben 2 wc’s op onze verdieping. De wachttijden blijven gelukkig beperkt, maar dat het met de hygiëne niet altijd zo goed gaat, verbaasd me telkens weer. De vele keren dat we moeten vaststellen dat er niet gesast werd na het kakken de ‘grote’ boodschap, dat de borstel niet werd gebruikt in de pot, dat er zelfs stront ‘iets’ aan de bril kleeft, … is niet meer te tellen in dat half jaar dat we verhuisd zijn. Dat het nooit van niemand is, verwonderd me niet, want wie zou dat nu willen toegeven ? Ik vraag me dan telkens af hoe hun toilet er thuis uitziet … 😯

Het gezaag dat ik niet ver genoeg zou wonen dat verantwoord dat ik met de auto kom werken, ben ik meer dan beu. Laat me met rust ! Hou je fietsvergoeding of gratis abonnement. Mij stoort het niet dat mijn auto een dure zaak is. En het milieu ? Er zijn grotere vervuilers dan ik, met mijn korte afstand. 👿

Gelukkig is het niet altijd kommer en kwel. Zoals vandaag : een collega die de slappe lach krijgt en niet meer kan stoppen. Hoe meer ze wilde zeggen waarmee ze aan het lachen was, hoe meer tranen er langs haar wangen liepen. Dat brengt automatisch een glimlach op je snoet. 😆

De aankondiging van nieuw leven is ook altijd een plezierige tijd. Als het een collega zelf is die zwanger is, dan spreken we van ‘een verderzetter van ons werk’. We hameren erop dat ze de reglementering met de paplepel moet meegeven en alle wijzigingen als avondlessen moet geven, zodat het kind direct uit school kan beginnen. We geven ook altijd suggesties voor de naam als we een ‘mooie’ zien bij een werkloze. We doen een pool over het geslacht en de exacte tijd van geboorte. Dan gaan we voor de ouders uitrekenen wanneer het verwekt werd en plagen haar/hem dan mee. 😀

We zijn zo lief, meneer ! 😛