Voetballer

Advertenties

Vertelseltje.

Ze liepen naast elkaar, zoals gewoonlijk, de een niet voor de andere want ze waren gelijk. Dat hadden ze gemerkt bij de eerste kennismaking. Ze waren elkaar tegen gekomen, ergens onderweg. Zoals dat hoort, waren ze achterdochtig van soortgenoten. Na wat rond elkaar cirkelen en enkele aanvallen, waarbij geen van beiden de overhand konden krijgen, besloten ze dat ze aan elkaar gewaagd waren en dat het beter zou zijn om samen op pad te gaan. Samen waren ze beter af. Dat was nu al enkele maanden geleden.

Opeens bleef de zwarte staan en snoof de lucht. De gestreepte volgde zijn voorbeeld en rook het ook : eten ! Vlug, maar toch op hun hoede, volgden ze de reukspoor. Nu pas voelden ze opnieuw hoeveel honger ze hadden. Ze moesten door enkele tuintjes maar wisten het lekkers toch feilloos te vinden. Ze hadden geluk : het waren verse etensresten van ‘de mensen’. Ze aten het vlug samen op, steeds rondkijkend of er geen gevaar was van soortgenoten of mensen. Daarna gingen ze zich wassen, gelegen op het wandelpadje, in de septemberzon. De stenen voelden warm aan en het deed hun deugd want de nachten begonnen fris te worden. Ze zouden een slaapplaats voor de winter moeten zoeken, maar er was nog tijd. Ze hadden elk hun plaatsje van vorig jaar waar ze, de nachten dat ze niet op jacht waren, konden rusten, moeten opgeven aan een sterkere soortgenoot.  

Terwijl ze zo lagen te soezen kwam er plots een mens buiten. Ze stoven elk een kant uit maar bleven plots staan. Ze hoorden een licht getik op een plastieken schaal en keken om. Daar stond een klein mensje te praten en gebaren naar hen. Aarzelend kwamen ze terug dichterbij maar bleven op een veilige afstand. Toen het schaaltje op de grond werd gezet en de mens terug naar binnen ging, roken ze opnieuw ‘eten’. Nooit wetend wanneer hun volgende maal zal zijn, gaf hun genoeg moed om eens te proeven, heel voorzichtig. Het was brood overgoten met melk ! Ze konden niet weerstaan en aten alles op. Nog nalikkend keken ze op en zagen dat het mensje naar hen aan te kijken was. Ze gingen terug op de warme stenen liggen maar bleven de deur in de gaten houden. Na een tijdje gingen ze terug op pad, hun buikje lekker vol.

De volgende dag gingen ze terug : een poes kan nooit weten hé. Misschien viel er weer iets te smullen. Daar aangekomen, roken ze geen eten. Het lege schaaltje stond er nog. Ze waren al bijna de tuin uit, toen de deur voorzichtig open ging. Het kind kwam buiten, nam de schaal op en terug naar binnen. Even later kwam ze terug en zette het er opnieuw. De vrienden kwamen terug om te ‘neuzen’. Het kind bleef nu buiten maar dat kon hen niet deren want ze had eten gezet ! Terwijl ze aan het eten waren kwam het kind dichter. Ze gingen rechtop zitten, klaar voor de vlucht, maar het kind stak haar handje uit. De zwarte herinnerde zich dat gebaar en liet zich strelen. Wat was dat lang geleden ! Ook de gestreepte kwam dichter en wilde eens weten hoe dat voelde. Ze aten verder, al spinnend, genietend van de aandacht.

Zouden ze hun ‘huis’ gevonden hebben ?