"Dagbladverschijnsel" Nero is 60 jaar

De avonturen van Nero & Co is een stripreeks van de Vlaamse stripauteur Marc Sleen, die van 1947 tot 2002 praktisch onafgebroken in Vlaamse kranten verscheen. Bij het begin van de reeks was de centrale figuur Detective Van Zwam (een naam die door collega-journalist Gaston Durnez was bedacht). Nero was een bewoner van een krankzinnigengesticht die Van Zwam ontmoet in het eerste verhaal; zijn echte naam zou “Schoonpaard” zijn, maar hij waant zich de Romeinse keizer Nero, loopt rond in een tuniek en heeft een restantje van een lauwerkrans (een paar blaadjes “peterselie”) achter zijn oren. De figuur van Nero neemt later de centrale rol over en na negen verhalen wordt de reeks herdoopt in “De avonturen van Nero & Co”. De reeks liep aanvankelijk in de krant De Nieuwe Gids, en vanaf 1950 ook in Het Volk, dat De Nieuwe Gids had overgenomen.

In 1965 zorgde de overstap van Marc Sleen naar de krantengroep De Standaard/Het Nieuwsblad voor een grote rel tussen beide concurrerende katholieke dagbladuitgevers. Het eerste Nero-verhaal in De Standaard, “De Geschiedenis van Sleenovia”, werd uitzonderlijk niet getekend door Marc Sleen maar door “Wirel”, waarachter Willy Vandersteen en Karel Verschuere schuilgingen. Gaston Durnez zorgde voor het verhaaltje. Overigens zou veel later, in 1995, Het Volk op haar beurt overgenomen worden door de groep van De Standaard.

In 1992, te beginnen met het verhaal “Barbarijse Vijgen”, nam Dirk Stallaert het tekenwerk voor Nero over van Marc Sleen, die evenwel de reeks bleef bedenken. Eind 2002 tenslotte, besloot Marc Sleen, op zijn tachtigste, om met Nero te stoppen. “Zilveren tranen” was het laatste Nero-album. In dit verhaal smeden alle klassieke “slechteriken” uit de Nero-verhalen (Geeraard de Duivel, Matsuoka, Ricardo, Ratsjenko, Hela de Heks…) een grote samenzwering om Nero uit de weg te ruimen.

In 1991 werd er in Turnhout een standbeeld onthuld van de zoon van Nero, Adhemar. In Turnhout worden stripprijzen uitgereikt vernoemd naar Adhemar. In 1994 kreeg Nero zelf een standbeeld, meer bepaald in Hoeilaart voor het oude tramstation. Het is ook daar dat Nero woont in de laatste albums, Hoeilaart is trouwens ook de woonplaats van Marc Sleen . Ondertussen kreeg Nero ook al een standbeeld op de dijk in Middelkerke , waar ook tal van andere stripfiguren een standbeeld hebben.

Dramatis personae


  • Nero zelf: oer-Vlaamse, brave huisvader met de familienaam Heiremans van Pools-Brusselse afkomst (in het “echte” leven verdient hij zijn brood als “dagbladverschijnsel”), die houdt van het goede leven, een pintje bier en een zakje frieten en de krant lezen in zijn luie zetel terwijl moeder de vrouw het huishouden doet. Maar ook met een grote nieuwsgierigheid, zeker wanneer er geld te verdienen lijkt, wat hem in de meest fantastische avonturen doet verzeilen in alle hoeken van de wereld en soms ook erbuiten (“De Zwarte Voeten”). Doch kan hij ook altruïstisch zijn. In twee albums, “Het vredesoffensief van Nero” en “De pax apostel” zet hij zich in voor de wereldvrede. In de latere strips woont hij in het voormalig tramstation van Hoeilaart. “Lach voor je blij bent, want anders zou je wel eens kunnen sterven zonder te lachen”, is Nero zijn motto.

  • Madam Nero Haar echte naam is Bea. Houdt van theekransjes met Madam Pheip, hoedjes kopen en roddelen. Ze verstopt zich dan onder bergen kussens, om dan de laatste nieuwtjes te verkondingen over de telefoon.

  • Adhemar, Nero’s zoon: wordt geboren in het album “de zoon van Nero”. Blijft fysiek steken op het formaat van een kleuter, maar is van kindsbeen af geniaal. Doctoreert aan verschillende universiteiten en vindt de meest fantastische dingen uit, waaronder steeds meer gesofisticeerde raketten – de Adhemar I, II, enz. – die meestal slechts één verhaal meegaan.

  • Detective van Zwam: de oorspronkelijke held van de reeks. Briljant detective, kan een complete misdaad inclusief de levensloop van dader en slachtoffer reconstrueren aan de hand van een sigarettenpeukje. Verplaatst zich in een snelle Porsche (dezelfde auto waarmee de tekenaar Marc Sleen in het echte leven rondreed) en heeft steeds een vergrootglas bij de hand.
  • Madam Pheip: kordate dame, kettingrookster (rookt enkel pijp met “fleur de matras”, waarmee ze indien nodig een dicht rookgordijn kan optrekken). Wordt verliefd op, en trouwt even later met, de rijke Franstalige meneer Pheip. Is tot alles in staat als er iemand één haar durft uitsteken naar Petoetje of Petatje. Geen relatie van Nero.
  • Meneer Pheip: zijn echte naam is Philemon. Hij is een rijke, met een walrussnor uitgeruste, niet erg snuggere Nederlands-met-Frans-sprekende (ex-)burgemeester van Moerbeke-Waas (eigenlijk een karikatuur van de Moerbeekse burgemeester Lippens), pantoffelheld achter madam Pheip. Lijkt Belgisch patriot te zijn (zie “De pax apostel” waar hij zijn uiterste best doet om Belgische vlag op de bergtop te planten).
  • Petoetje: geadopteerde zoon van meneer en madam Pheip, in feite de zoon van het opperhoofd van het eiland Moea Papoea.
  • Petatje: geadopteerde dochter van meneer en madam Pheip (zie album “de ring van Petatje”)
  • Clo-Clo, de zoon van meneer en madam Pheip (in het album “De Clo-Clo Clan”). Net zoals Adhemar blijft hij eeuwig klein van gestalte maar heeft wel een even grote walrussnor als zijn vader.
  • Jan Spier: laatste afstammeling van Jan Breydel, uitbater van een frietkot waar Nero steeds terecht kan voor een gratis zak frieten en krachtpatser met een gouden hart die altijd bereid is om met Nero op avontuur te trekken.
  • Oscar Abraham Tuizentfloot: minuscule maffe opvliegende piraat, getooid met een piratenhoed-met-doodskop en steeds vervaarlijk zwaaiend met een versleten kromzwaard. Sleept meestal een minikanon achter zich aan om iedereen omver te blazen die hem een strobreed in de weg durft leggen. Zijn uitspraken zijn doorspekt met zijn stopwoord “aha!”.
  • Kapitein Oliepul: immer lichtelijk aangeschoten kapitein van de sleepboot “His Majesty Pull” waarmee hij de zeven wereldzeeën bevaart en Nero en Co. dikwijls uit hachelijke situaties op zee weet te redden.
  • Jef Pedal (ofwel:Jef met de Hamer) en zijn vrouw Isabelle: komen enkel in de vroege verhalen voor.
  • Bompanero: komt pas laat op de proppen, in de verhalen getekend door Dirk Stallaert (vanaf “Bompanero” in 1997). Krasse grijsaard die zich overal laat vergezellen door knappe jongedames.
  • het paard van Sinterklaas: in de dagen voorafgaand aan 6 december duikt traditiegetrouw het “paard” van Sinterklaas in de Nero-verhalen op, dat zowel figuurlijk (koppig) als letterlijk verdacht veel op een ezel lijkt.
  • Andere figuren die meermaals in de verhalen voorkomen zijn o.m. Geeraard de Duivel (compleet met geitenhoorntjes, -hoeven en -sik, en uiteraard verblijvend in het Gentse Duivelsteen); de Italiaanse boef Ricardo; de vlot gebekte sprekende Beo “de verschrikkelijke”; (in de latere verhalen) de Brusselse rondbuikige Agent 794, “Gaston pour les dames”; en, last but not least, Marc Sleen zelf die af en toe in zijn eigen verhalen opduikt: Nero aarzelt immers niet om, als de loop van het verhaal hem niet bevalt, naar zijn tekenaar te stappen om zijn beklag te doen! In heel wat verhalen zijn er ook gastrollen weggelegd voor personen die op het moment van dat verhaal bekend waren en in de actualiteit stonden (onder andere politici zoals Mobutu, Margaret Thatcher, Jean-Luc Dehaene , Guy Verhofstadt, …

Marc Sleen, pseudoniem van Marcel Honoree Nestor ridder Neels (Gentbrugge, 30 december 1922) is een Vlaamse striptekenaar, vooral bekend omwille van zijn stripreeks De avonturen van Nero & Co.
Marc Sleen werd geboren als Marcel Neels in Gentbrugge, maar verhuisde drie maanden later naar Sint-Niklaas. Zijn ouders waren filiaalhouders in een soort café met vergaderzaal en centrum van de SMOB (Samenwerkende Maatschappij Openbaar Bestuur). Zijn vader herstelde als hobby horloges. Marc Sleen groeide op in een welgesteld gezin en had drie oudere broers. Zijn vader was een humoristisch man die vaak bizarre verhaaltjes voor het slapengaan voor hem verzon. Marc Sleen zou later aanduiden dat hij veel van hem had geleerd. Zijn moeder was dan weer streng katholiek. Toen Marc Sleen vijf was werd hij in een nonnenpensionaat gestopt. Hij was er zo ongelukkig dat hij er op zijn zeven van ellende geelzucht kreeg, waarop zijn ouders hem er weer weghaalden. Als jongen las hij ook veel: Jules Verne, Karl May, Sherlock Holmes, Dik Trom, Pietje Bell, etc. maar ook strips als The Katzenjammer Kids, Zig et Puce, Popeye en Mickey Mouse.
Marc Sleen hield ook van jongsaf al van dieren. Hij had veel huisdieren, tekende graag beesten na, verzamelde er prentjes van en kon urenlang in de zoo naar ze staan kijken. Net als Hergé en Willy Vandersteen kwam ook Marc Sleen bij de scouts terecht, waar hij verantwoordelijkheid en allerlei andere zaken, die hem later tijdens zijn safari’s van pas zouden komen, leerde. Marc Sleen was al van jongsaf aan een tekenaar en krabbelde alles vol; tot zelfs de muren en zijn vader’s bolhoed toe. Toen Marc Sleen veertien was, volgde hij zondagse tekenlessen aan de Academie van Sint-Niklaas. Kunstenaars die hij daar levenslang leerde bewonderen waren Pieter Breughel de Oude, Hieronymus Bosch, Sandro Botticelli, Giotto, Gustaaf De Smet, Rik Wouters, James Ensor, Henri Evenepoel, Karel van de Woestijne, Henri Matisse, Henri de Toulouse-Lautrec, Paul Cézanne en Jules De Bruycker. In 1938 verhuisde het gezin weer terug naar Gentbrugge. Marc Sleen’s vader overleed een jaar later en hierdoor werd het moeilijk voor het gezin om het hoofd boven water te houden. Zijn moeder moest zondags werken en Marc Sleen’s tekenstudie werd steeds moeilijker om financiëel te onderhouden. De pas uitgebroken Tweede Wereldoorlog maakte de zaken er ook niet makkelijker op.

Toen de nazi’s België binnenvielen, vluchtte Marc Sleen samen met de scoutsgroep waar hij toen lid van was naar Limoges, waar hij werk vond op een boerderij. In 1943 diende hij uit geldgebrek te kiezen: studeren of in Duitsland gaan werken. Via zijn broer kwam hij in het Arbeidsambt terecht. Alhoewel dit aan collaboratie doet denken, deed Marc Sleen er amper administratief werk. In plaats daarvan tekende hij er de muren vol, deed boodschappen en moest brieven bezorgen aan mensen die in Duitsland moesten komen werken. Marc Sleen keilde die brieven echter de Leie in. Gelukkig voor hem wist zijn broer ervoor te zorgen dat deze daad hem zijn kop niet kostte. Eén van Marc Sleen’s broers zat overigens in het actieve verzet tegen de bezetters en zat ondergedoken in een kasteel in Ertvelde.

In 1944 viel de Sicherheitspolizei bij Marc Sleen binnen op zoek naar zijn broer. Omdat ze niemand vonden, werden de 18-jarige marc Sleen en zijn broer, Nestor, als gijzelaars gearresteerd. Sleen werd naar het Miljoenenkwartier gebracht waar tijdens zijn ondervraging zijn tanden er zowat werden uitgeslagen. Omdat ze niets loslieten werden ze naar “De Nieuwe Gevangenis” in Gent gebracht, waar dagelijks tien tot twintig gevangenen werden geëxecuteerd. Op zeker ogenblik zat Marc Sleen alleen in de cel, maar hij werd samen met zijn broer Nestor uit de gevangenis gehaald en per vrachtwagen naar Leopoldsburg gebracht. Daar sloegen de Vlaamse SS’ers op de vlucht omdat de Britten en Canadezen dichterbij kwamen. Marc Sleen werd bij een bakker in het dorp opgenomen. Omdat de Duitsers nog een aantal maal trachtten terrein terug te winnen, duurde het even voor hij weer naar huis kon. Zelfs jaren later had Marc Sleen nog nachtmerries over deze periode.

Datzelfde jaar, in 1944, begon Marc Sleen als cartoonist bij de katholieke krant De Standaard te werken waar ook mensen als Gaston Durnez en Marnix Gijsen actief waren. Deze krant werd na de oorlog De Nieuwe Standaard en in 1946 De Nieuwe Gids. Behalve cartoons maakte Sleen ook illustraties bij artikels, zoals landkaarten en procestekeningen. Hij tekende toen in Ons Volk de stripreeks: De Avonturen van Neus. In 1945 volgden De Avonturen van Piet Fluwijn en Bolleke en een jaar daarna Stropke en Flopke, Tom en Tony en Pollopof.

Marc Sleen ging vooral strips maken omwille van het succes van Willy Vandersteen’s stripreeks in De Nieuwe Standaard, Suske en Wiske. Alle kranten boden Vandersteen geld om bij hen te komen werken en Sleen zag in dat strips maken beter zou verdienen dan alleen maar karikaturen tekenen. Als pseudoniem draaide hij gewoon zijn achternaam, Neels, om.

In 1945 huwde hij met zijn eerste jeugdliefde maar het koppel zou kinderloos blijven. De arts die de geboorte van hun eerste kind in 1952 regelde, voerde een keizersnede uit en moest kiezen tussen het leven van het kind of de moeder. Later werd die arts door de Orde Der Geneesheren geschrapt wegens andere mislukkingen. Marc Sleen zou altijd over deze gebeurtenis spreken als “de zwaarste slag in zijn leven, veel zwaarder dan gevangen zitten in de oorlog of wat dan ook”.

Van 1947 tot 1965 tekende Marc Sleen ook elk jaar het verslag van de Ronde van Frankrijk.

Het Volk gaf vanaf 1950 een kinderbijlage uit: ’t Kapoentje, waarvoor Marc Sleen de titel had bedacht en de hoofdredactie op zich nam. Hier ontstonden De Lustige Kapoentjes, een reeks die ook zeer populaire werd. Voor De Middenstand tekende hij Doris Dobbel en in 1952 voor Ons Zondagsblad Octaaf Keunink.

Naast de Nero-verhalen tekende hij nog een heleboel andere reeksen, onder meer:

Piet Fluwijn 24-12-1944 tot 07-01-1945
De avonturen van Neus 24-12-1944 tot 22-04-1945
Tom en Tony 10-06-1945 tot 24-10-1946
Piet Fluwijn en Bolleke 27-12-1945 tot 14-04-1965
Pollopof 13-01-1946 tot 12-10-1952
Stropke en Flopke 24-10-1946 tot 08-06-1950
De lustige Kapoentjes 09-02-1950 tot 14-04-1965
Doris Dobbel 08-04-1950 tot 04-02-1967
Joke Poke 06-05-1950 tot 21-06-1951
Stropke 22-07-1950 tot 27-12-1952
Fonske april 1951 tot oktober 1960
Octaaf Keunink 16-11-1952 tot 04-04-1965

In 1965 stapte Marc Sleen over naar De Standaard, de krant waarin ook Suske en Wiske liep. Marc Sleen mocht echter wel drie maanden lang na zijn laatste Neroverhaal in Het Volk geen nieuwe strip publiceren. De nieuwe directie kwam daarom met De Geschiedenis van Nero en Co op de proppen, een uit knipsels uit oude Nero-strips bestaand stripverhaal getekend door mensen bij Studio Vandersteen. Na een drietal dagen werden de figuren in het verhaal echter grondig hertekend om minder op Nero’s personages te lijken en kreeg Nero een zwarte kap over zijn hoofd. Zijn naam werd bovendien vervangen door drie puntjes. Het Volk was immers naar de rechter gestapt en had de gerechtelijke politie op de strip afgestuurd wegens inbreuk op het auteursrecht. Af en toe was Nero’s naam daarna terug zichtbaar, al bleef zijn hoofd nog vaak verborgen achter allerlei vlaggen en meeuwen. Tenslotte verscheen Nero terug in zijn oorspronkelijke gestalte en werd de naam van de strip veranderd in De Geschiedenis van Sleenovia. Het Volk beweerde het eigendomsrecht te bezitten over alle figuren die Nero in hun krant had getekend en werd door de rechtbank in het gelijk gesteld. Toch hadden enkele katholieke figuren ervoor gezorgd dat de zaak in de minne werd geregeld. Marc Sleen bleef in het bezit van zijn figuren, maar diende “’t Kapoentje” aan Het Volk over te laten.

Vanaf 1965 tekende Marc Sleen opnieuw zelf Nero. Hij liet al zijn overige reeksen vallen en concentreerde zich enkel nog op deze strip die vanaf dat ogenblik ook in kleurenalbums verscheen.

In 1962 vertrok Marc Sleen op de eerste van vele safari’s in Afrika. In de jaren ’70 zou hij er dierenreportages maken voor de BRT, waaronder 21 films van Allemaal Beestjes. Zelfs in zijn strips bezochten zijn figuren meer en meer het continent en het werd een running gag in “Nero” dat wanneer zijn figuren Sleen belden of thuis kwamen opzoeken hij altijd “op safari” bleek te zijn. Ook Merho maakte in zijn strip Kiekeboe in het album “Album 26” hier een grap over door Kiekeboe en hemzelf naar een stripinstituut te laten gaan, waarvan de directeur, “meneer Neels”, op safari blijkt te zijn.

Marc Sleen’s liefde voor dieren zorgde er ook voor dat hij in Nero reclame maakte voor Het Wereldnatuurfonds en de dierenwereld in het algemeen. Hij is sinds 1984 ook benoemd tot beheerder van deze organisatie, afdeling België. Ontelbare albums hebben dieren als onderwerp. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn wapenschild drie olifanten in het embleem bezit.

In 1977 werd Marc Sleen voorzitter van het comité dat de Bronzen Adhemar uitreikt, vernoemd naar de geniale zoon van Nero, Adhemar. Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan beloftevol jong Vlaams striptalent. In 1991 kreeg Adhemar een levensgroot standbeeld in Turnhout, de stad waar de prijzen steevast worden uitgedeeld. Sleen zelf werd in 1993 bekroond met een Gouden Adhemar voor zijn ganse carrière.

In 1992, na gedurende 45 jaar Nero helemaal alleen te hebben gemaakt (waarvoor hij een vermelding kreeg in het Guinness Wereldrecordboek), nam hij tekenaar Dirk Stallaert in dienst die vanaf het album “Barbarijse vijgen” de verhalen die Marc Sleen bedacht, zou tekenen. Sleen’s productiviteit van 1944 tot 2002 is zelfs nog opmerkelijker als men in overweging neemt dat hij van 1944 tot 1965 ook nog tientallen andere reeksen had lopen zonder hulp van andere tekenaars of scenaristen in te roepen. Later zou hij de wallen onder zijn ogen aanduiden als bewijs van hoe hard hij wel niet aan zijn strips gewerkt heeft overheen de jaren.

In 1994 kreeg Nero een standbeeld in Hoeilaart, vlak voor Marc Sleen’s huis, dat in de reeks al sinds het album “De verschrikkelijke tweeling” ook Nero’s huis is.

In 1997 werd Marc Sleen door Albert II tot Ridder benoemd.

In 2002, besloot Marc Sleen, nu hij 80 was een punt te zetten achter de reeks. Het laatste album was “Zilveren tranen”. Marc Sleen wenste niet dat iemand anders de reeks zou verderzetten.

Hij ontving in 2002 uit handen van het Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde de Stripvos, een prijs voor personen of instellingen die met hun activiteiten van grote betekenis zijn of zijn geweest voor de Vlaamse stripwereld.

In 2005 werd Marc Sleen genomineerd als één van de 111 kansmakers op de titel “De Grootste Belg” in de Vlaamse versie van de wedstrijd. Hij eindigde op nr. 48.

Marc Sleen’s strips zijn door generaties Vlaamse kinderen en volwassenen gelezen. In vergelijking met veel andere strips die in dit taalgebied zijn uitgegeven had zijn werk altijd iets kolderachtigs, ironisch en anarchistisch. Zijn manier van strips tekenen was tot de komst van Stallaert zeer uniek: amper close-ups of blow ups, geen overschrijding van de kaders, geen gebruik van vogel- of een ander perspectief, … Dit had vooral met de snelheid te maken waarmee Marc Sleen zijn strips diende te tekenen en weinig tijd liet voor zulke zaken. Om die reden zitten zijn verhalen ook vol met continuïteitsfouten. (auto’s met plotseling drie ipv. vier wielen, mensen die plots anders gekleed gaan, …). In tegenstelling tot andere strips wordt dit bij Marc Sleen echter geduld.

Nero is ook één van de weinige Vlaamse strips die vanwege o.m. de politieke knipoogjes ook door volwassenen gesmaakt worden. Men kan in zijn werk een hele evolutie en geschiedenis nagaan van naoorlogs Vlaanderen over een periode van 60 jaar. In de beginjaren werd zijn politieke visie nog sterk ingegeven door de katholieke inslag van de kranten waarvoor hij werkte. Communisten en socialisten werden toen meestal als slechteriken of duivels voorgesteld. In “De Hoed van Geeraard De Duivel” (1950) scheert de Duivel bijvoorbeeld zijn sik af en lijkt hij sterk op de socialistische politicus Camille Huysmans. Een dikke handlanger is een karikatuur van socialistisch politicus Paul-Henri Spaak. Marc Sleen zou later een meer neutrale politieke houding aannemen en spijt krijgen van zijn vaak fanatieke katholieke houding in die jaren. Het gebruik van actuele gebeurtenissen in zijn strips was iets dat Vandersteen in zijn beginjaren ook met Suske en Wiske deed. Anders dan Marc Sleen zag Vandersteen na een tijd in dat dit gegeven wel goed werkte in de krant, maar niet wanneer de verhalen uiteindelijk in albumvorm verschenen. Hierom hield hij er na een tijd stilaan mee op. Sleen kon het knipogen naar de actualiteit en het laten opdraven van karikaturen echter nooit laten. In die zin is Nero nog steeds uniek in de annalen van de Vlaamse strip. Geen enkele andere stripfiguur bezocht bijvoorbeeld Jozef Stalin zoals Nero in “Het Vredesoffensief” deed. In de reeks doken de afgelopen decennia politieke figuren op als Jozef Stalin, Idi Amin Dada, Khomeini, Bill Clinton, Boris Jeltsin, Gamal Abdel Nasser, Willy De Clercq, Helmut Kohl, Boudewijn, Margaret Thatcher, Mobutu, Saddam Hoessein, Jean-Luc Dehaene, Hirohito, Jean Gol, Guy Verhofstadt, Elizabeth II en Harry Truman op, maar ook karikaturen van bekende mediafiguren als The Beatles, Pablo Escobar, Urbanus, Jean-Pierre Van Rossem, Paul Newman, Frank Zappa en ook Sleen zelf.

In vergelijking met andere tekenaars heeft Marc Sleen zijn strips nooit laten gebruiken voor merchandising of andere commercialiseringen. Dat leidde er ook toe dat zijn werk nooit een internationale carrière heeft gekend.

Nero is in zekere zin zelfs nog Vlaamser, volkser en gezelliger dan Suske en Wiske. Samen met deze laatstgenoemde strip behoort Nero tot het Vlaamse culturele erfgoed.


Trivia


  • Koning Boudewijn was een fan van Nero
  • Marc Sleen heeft een gastrol in Bakelandt en als Jan Borluut de Gentenaar in het Rode Ridderalbum De Leeuw van Vlaanderen door Karel Biddeloo.
  • In de Urbanusstrips zijn er ontelbare verwijzingen naar Marc Sleen en zijn strips terug te vinden. In het album “Urbanus op Uranus” zoekt Urbanus een raket om naar de planeet Uranus te vliegen. Hij besluit aan te bellen bij Marc Sleen. Nero doet open en Urbanus wordt bij de tekenaar binnengelaten. Wanneer Adhemar echter met zijn raket door het dak neerstort, verandert Urbanus van idee. In “De tenor van Tollembeek” wordt Urbanus een tenor. Om op zijn populariteit in te spelen schakelt zijn manager een striptekenaar in: Willy Lintworm, een parodie op Willy Linthout. Hij wordt opgedragen albums rond Urbanus te tekenen. Omdat hij echter niet genoeg inspiratie heeft besluit hij verschillende Nero-albums over te tekenen want “Marc Sleen zal daar wel niks van zeggen.”
  • De eerste strip van Willy Linthout was overigens een parodie op Nero, genaamd “De Zeven van Zeveneken”. Urbanus is op zijn beurt goed bevriend met Marc Sleen en zong in 2002 een ode aan de man, verkleed als Bolleke.
  • Omdat een Masaidokter Marc Sleen tijdens één van zijn safari’s voorspeld had dat hij in 1991 in Afrika door een kudde olifanten vertrappeld zou worden ging Marc Sleen dat jaar niet op safari.
  • Marc Sleen is één van de striptekenaars die een eigen tentoonstellingsruimte heeft in het Belgisch stripmuseum. Hij is ook één van de beheerders ervan.
  • Hij is ereburger van maar liefst drie gemeentes: Hulshout (1981), Sint Niklaas (1984) en de gemeente Sleen in Nederland.
  • De traditionele wafelenbak, die voor het eerst plaatsvond in het album “De Juweleneter”, maar pas vanaf “Het Groene Vuur” (1965) aan het einde van elk Neroverhaal gehouden wordt, werd even typisch voor het einde van elk Neroverhaal als Lucky Luke die “I’m a poor lonesome cowboy” zingt of Wiske’s knipoog. In het Kiekeboealbum De Zwarte Zonnekoning merkt Konstantinopel op het einde van het verhaal op dat wanneer er bij het buffet ook wafels aanwezig waren het op een Neroalbum zou lijken.
  • Aan het einde van het Suske en Wiske-album “De Krimson Crisis” worden Suske, Wiske, Lambik, Jerom en Tante Sidonia uitgenodigd voor een wafelbak bij Nero.
  • Het Neroalbum Het Rattenkasteel werd tot een opera bewerkt door Arne Sierens (regie), Vincent D’ Hondt (dirigent) en Johan De Smet (componist).
  • Nero, het hondje van Carmen Waterslaeghers in de Vlaamse televisiereeks FC De Kampioenen is vernoemd naar Nero. In de aflevering waarin ze een naam voor hem zoekt valt haar oog op een krantenpagina met de avonturen van Nero en zo kreeg het dier zijn naam.

Advertenties

3 thoughts on “"Dagbladverschijnsel" Nero is 60 jaar

  1. mijn eerste nerostrip was Het Rattenkasteel ergens in 1965, denk ik. Ik heb het nog steeds. Ik heb al de zwart/witte albums en ben niet van plan er ook maar éné van weg te doen.
    Ze zijn gewoon een stuk van mijn leven.

  2. MARC RIDDER SLEEN is een echt fenomeen! Alleen heeft hij het 10-tallen jaren weten te verwezenlijken om meerdere strips terzelfdertijd te telenen, daar waar anderen na een poosje met een studio startten. Chapeau Marc!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s