Jijé

Jijé, echte naam Joseph Gillain (Gedinne, 13 januari 1914 – Versailles, 19 juni 1980) was een Belgisch striptekenaar. Hij was de inspirator en drijvende kracht van een volgende generatie van striptekenaars als Franquin, Morris, Will en Paape. Al op jeugdige leeftijd volgde hij beeldhouwlessen en gedurende drie jaar leerde hij kunstambachten bij de monniken in de abdij van Maredsous. Hij was een uitblinker in alles wat hij aanpakte. Een fantastische schilder, een geboren beeldhouwer, maar ook een prima pottenbakker en goudsmid. Op de Universiteit in Charleroi maakte hij kennis met de methode van de schilder Van Den Houte. Deze bestond eruit te tekenen zonder naar het blad te kijken. Dit kon Jijé: in een paar seconden had hij een schets of karikatuur van iemand op papier, verbluffend echt en zonder maar één blik op het papier te hebben geworpen. Vervolgens bezoekt hij de avondcursussen aan de kunstacademie van Brussel en overdag de kunstnijverheidsschool. Daarna vervult hij zijn militaire dienstplicht in de Luikse kazerne Fonck.

Het eerste stripverhaal dat Jijé maakte was in 1936. De held van het verhaal ‘Jojo’ beleefde gedurende 3 jaar zijn avonturen in het weekblad ‘LeCroise’. Vanaf 1939 tekende hij in een ander katholiek weekblad ‘Petit Belges’ zijn beroemd geworden figuren ‘Blondie en Blinkie’, al verschenen die eerst onder de namen ‘Wietje en Krol’. Deze 3 verhalen, ‘Wietje en Krol in Amerika’, ‘Wietje en Krol in strijd met de gangsters’ en ‘Jonge Vleugels’ zijn in 1946 in boekvorm verschenen. Goede exemplaren zijn zeer schaars en bijna onbetaalbaar.
Sinds 1939 werkte Gillain mee aan het pas opgerichte weekblad Robbedoes waarvoor hij een nieuwe held bedacht. Het werd ‘Freddy Fred en de Hindoesleutel’. Verder publiceerde hij in dat jaar ‘Theo en Thea in de Himalaya’ en vervolgens ‘Bloed op de sneeuw’. Dit verhaal bleef echter onvoltooid en zou later dienen als basis voor ‘Kamiliola’, een avontuur van Blondie en Blinkie.
Intussen was op 10 mei 1940 in België de oorlog uitgebroken, waardoor het werk in de uitgeverij enkele maanden stil kwam te liggen. Voor Jijé werd het echter geen rustige tijd. De eerste tekenaar van Robbedoes, Rob Velter, zat in Frankrijk en had geen contact meer met de redactie. Gillain moest toen ook maar de avonturen van Robbedoes maken. Dit deed hij tot in 1946.
Terwijl hij al de artistieke opleiding verzorgt van de jonge Willy Maltaite, de latere Will, wordt hij na de Bevrijding adviseur van de gebroeders Dupuis en katalysator van een team nieuwe, talentvolle tekenaars: André Franquin, Maurice De Bevere, alias Morris, Eddy Paape en Victor Hubinon. Deze kunstenaars van uiteenlopende herkomst, uiteindelijk nog aangevuld met Pierre Culliford, alias Peyo, en Jean Roba, zullen de “school van Marcinelle” vormen, naar de vestigingsplaats van de uitgevers en als tegenhanger van de “Brusselse School” van Hergé en zijn discipelen van het blad Kuifje. Tegenover de soberheid en het realisme van de laatste kenmerkt de school van Marcinelle zich door een sterk individuele stijl, soepele lijnvoering, en meer ruimte voor humor en fantasie.
Van zijn hand verschenen in 1941 de biografie ‘Don Bosco’ en in 1942 ‘Jan Kordaat’. Ten gevolge van de oorlog kwam de aanvoer van stripverhalen uit Amerika stil te liggen. Jijé loste dit op. Hij maakte het verhaal van Red Ryder af en tekende bladzijden van Superman.
Er zijn weken geweest waarin Gillain meer dan 10 bladzijden voltekende, zowel met humoristische als met realistische strips. Na ‘Don Bosco’ kwam er een biografie van ‘Christoffel Columbus’. Hij werkte eraan van eind 1942 tot augustus 1945. Later kwam ook nog ‘Emmanuel’ erbij. Dit gaf hem zo veel werk dat hij Robbedoes aan Franquin doorgaf.
Na de bevrijding, voor België in september 1944, werd Jijé zoals gezegd, de leermeester en de drijvende kracht achter een stel jonge tekenaars bij Charles Dupuis, uitgever van het jeugdblad Robbedoes. De invloed van Gillain op deze nieuwe garde, die hij opnam in zijn huis in Westerlo, was enorm. Morris creëerde er ‘Lucky Luke’, Franquin nam ‘Robbedoes’ definitief over, ‘Jan Kordaat’ kwam in handen van Eddy Paape en Will ging verder met ‘Baard en Kale’. Hubinon maakte een verhaal met ‘Blondie en Blinkie’. In 1948 besloten Gillain, Franquin en Morris naar “het Mekka van het tekenverhaal”, dus Amerika, te emigreren. Ze kregen problemen met verblijfsvergunningen en bleven een half jaar in Mexico. Het werk voor Robbedoes ging ‘gewoon’ door en werd over de post verzonden. Baden Powell werd door Jijé geheel in Mexico getekend. Tevergeefs werd aangeklopt bij de Disney studio’s. In 1950 kwamen ze terug naar Europa. Jijé begon meteen aan een avontuur van ‘Blondie en Blinkie’ en nieuwe avonturen van ‘Jean Valhardi’.
Jijés werk, van een wonderbaarlijke grafische rijkdom en met sterk humanistische inslag, beïnvloedt heel wat jonge artiesten: Jean Giraud alias Gir, Derib, Hermann, etc. Hoewel schrijver én tekenaar, doet Jijé soms een beroep op scenaristen als Maurice Rosy, René Goscinny, Jean Acquaviva, Daniel Dubois, Jacques Lob en vooral zijn zoon Philippe, alias Philip.
In het midden van de jaren ’60 nam hij het tekenwerk van ‘Tanguy en Laverdure’ over van Albert Uderzo en Roodbaardvan Victor Hubinon. De creatie van ‘Jerry Spring’ met zijn Mexicaanse metgezel Pancho bleek zijn belangrijkste te zijn. Hij liet het tweetal in 23 jaar 25 avonturen beleven. Over de uitzonderlijke kwaliteit van deze verhalen zal ik niet uitwijden evenmin over de invloed van van Victor Hubinon. In 1954 begon Jijé op verzoek van zijn uitgever aan een realistische western. De creatie van Jerry Spring met zijn mexicaanse metgezel Pancho. Over de uitzonderlijke kwaliteit van deze verhalen zal ik niet uitwijden, evenmin als de invloed op één van zijn leerlingen, de tekenaar van onder meer Luitenant Blueberry, Jean Giraud aka Moebius.
In de marge van dit indrukwekkende oeuvre (meer dan zeventig verhalen in veertig jaar), wijdt de “vader van het Belgische beeldverhaal” zich in zijn vrije tijd aan schilderen en beeldhouwen en komt hij tot praktische en verrassende uitvindingen die echter geen toepassing vonden. “Tout Jijé”, de integrale chronologische uitgave van zijn werk bij Dupuis, is nog steeds niet afgerond.
Jijé overleed op 66-jarige leeftijd na een slepende ziekte.

Advertenties

Het is gelukt !

We hebben een nieuw kleintje. Ze is geboren op 3 of 4 juli en is bruin van kleur met witte teentjes, keel en kin. Ik was vergeten dat ze aan die leeftijd zo klein zijn. Schattig !

Om 18 uur, gisteren, heeft mijn schat haar gekozen uit een nest van 4. De kleintjes zaten buiten, dicht bij de achterdeur en mochten niet binnen, de arme schatjes. Nu, bij ons, mag ze (nog) niet buiten, ze moet eerst haar nieuwe huis gewoon worden.

Zoet had, bij het kiezen, 2 vlooien zien lopen en dacht dat hij ze er wel zou kunnen uitplukken. Thuis gekomen hebben we haar beter onderzocht en bleek dat ze er vol van zat. Ik had nog een spuitbus tegen vlooien staan en heb haar ondergespoten. Dat waren 2 trauma’s in nog geen uur tijd : weg van haar huis & familie en die spuitbus.
Ik heb haar dan bij het eten gezet en aangezien ze zo mager is dat ik haar ribbetjes kan voelen, is ze onmiddellijk beginnen eten. De kattenbak heeft ze ook direct daarna gevonden.

Toen de grote Toyah binnen kwam en hij de kleine zag, wist hij duidelijk niet wat te denken. Die kleine kreeg de grote in het oog en rechtte haar rug en begon te blazen, of wat voor blazen moest doorgaan. Daarop is de grote dan ook maar begonnen. Hij deed ook schijnaanvallen en stond te tapdansen. We hebben de kleine vannacht in de badkamer laten slapen met de deur dicht, voor haar veiligheid.

Vandaag kijken ze al naar elkaar maar komen nog niet dicht. Ze eten ook al uit dezelfde eetbakje, maar niet samen. Hopelijk komt dat nog want het was wel de bedoeling dat de grote zich niet meer zou vervelen, niet dat hij een concurrent in huis heeft. Hij zal het met tijd wel snappen zeker ?

Toen ik deze morgen opstond, was ze leuk aan het spelen met een balletje en een muisje. Ze kuist zich goed en heeft nog last van vlooien maar de druppels die ik in haar nek gedaan heb, zullen dat vlug verhelpen. Ze hoort goed en kijkt naar alles wat beweegt en laat zich gemakkelijk oppakken. Ze ligt nu op mijn schoot te slapen …

Welke naam zouden we haar geven ? De map met foto’s die we al van haar genomen hebben en waarvan er enkele op Flickr staan, hebben we ‘vlooitje’ genoemd. Ik wil een andere naam maar heb nog geen inspiratie. Jullie wel ?