Hergè

Hergé, pseudoniem van Georges Remi (Etterbeek, 22 mei 1907 – Brussel, 3 maart 1983) was een Belgische striptekenaar. Als je de initialen van zijn naam omdraait (R G) en op z’n Frans uitspreekt, klinkt dat als er géé wat je in het Frans kunt schrijven als Hergé.

Hergé is, naast Franquin en Goscinny, een van de grote scheppers van de Europese humoristische avonturenstrip van halverwege de 20e eeuw. Zijn bekendste creatie is ongetwijfeld Tintin (in het Nederlands vertaald als Kuifje), een jonge krantenverslaggever die over de hele wereld in avonturen verzeild raakt.

Het grootste talent van Hergé was wellicht dat hij een begenadigd regisseur was. Dat komt tot uiting in de manier waarop zijn verhalen zijn opgebouwd en uitgebeeld. Vreemd is het dan ook niet dat groten uit de filmwereld, zoals Steven Spielberg, bewondering hadden voor Hergé. Spielberg gaf zelfs toe dat de figuur van Indiana Jones op de avonturen van “Kuifje” gebaseerd was.

In 1921 jonge Georges sluit zich aan bij de scouts van het college en krijgt er de totemnaam ‘Renard curieux’ (nieuwsgierige vos). Zijn eerste tekeningen verschijnen in ‘Jamais Assez’ (Nooit Genoeg), het scoutsblad van de school en later, vanaf 1923, in ‘’Le Boy-Scout belge’, het maandblad van de Belgische scouts. Vanaf 1924 ondertekent hij zijn illustraties met Hergé (RG, de initialen van Remi Georges). Wanneer hij in 1925 afgestudeerd is wordt hij aangeworven als bediende bij de abonnementendienst van het dagblad ‘Le Vingtième Siècle’. In 1926 creëert hij Totor, chef van de scoutspatrouille ‘Les Hannetons’ (de Meikevers), die een voorafbeelding is van Kuifje. Na zijn legerdienst wordt Hergé bevorderd tot hoofdredacteur van Le Petit “Vingtième”, de wekelijkse jeugdbijlage van ‘Le Vingtième Siècle’. Het eerste nummer verschijnt op 1 november. Op 10 januari 1929 zien Tintin et Milou (Kuifje en Bobbie) het licht in Le Petit “Vingtième”. Pas in 1930 schept hij Quick en Flupke, twee Brusselse straatbengels, wier fratsen op twee bladzijden verschijnen in Le Petit “Vingtième”. Datzelfde jaar verschijnt het eerste Kuifje-album ‘Tintin au pays des Soviets’. In 1932 trouwt Georges Remi met Germaine Kieckens, de secretaresse van de directeur van ‘Le Vingtième Siècle’. Voor het Franse weekblad ‘Coeurs vaillants’ creëert Hergé een nieuwe serie met nieuwe helden: Jo, Suus en Jokko. Van hun belevenissen zullen vijf albums op de markt komen. Op 26 september 1946 verschijnt het eerste nummer van het tijdschrift ‘Kuifje’, een nieuw weekblad voor de jeugd gecreëerd door de gewezen verzetsleider Raymond Leblanc. Omdat de uitwerking van ‘Mannen op de Maan’ de inzet van heel wat technische middelen, veel opzoekingswerk en bijzonder veel aandacht vergt, omringt Hergé zich vanaf 1950 met een aantal medewerkers en sticht hij de Studios Hergé. Nadat de echtscheiding van zijn eerste vrouw in 1977 officieel is uitgesproken, treedt Georges Remi in het huwelijk met Fanny Vlamynck. De Amerikaan Andy Warhol, één van de grondleggers van de pop-art, maakte in 1979 een reeks van vier portretten van Hergé. De vijftigste verjaardag van de ‘geboorte’ van Kuifje wordt zowat overal gevierd, o.m. met de uitgave van een speciale postzegel uitgegeven door de Belgische posterijen, met de expo ‘Het denkbeeldige museum van Kuifje’, met de uitgave van het album ‘Vijftig jaar kapriolen aan de ketting’, enz. Op 3 mei 1983 overlijdt Georges Remi, de man die wereldberoemd werd onder het pseudoniem Hergé. In 1986 volgde nog de publicatie van het laatste, onafgewerkte avontuur van Kuifje: ‘Kuifje en de Alfakunst’. Omdat Hergé expliciet de wil had uitgedrukt dat Kuifje na zijn overlijden niet aan een andere tekenaar mocht toevertrouwd worden, beslist zijn echtgenote Fanny om de toen nog bestaande Studios Hergé om te vormen tot de Stichting Hergé (Fondation). Terwijl het weekblad ‘Kuifje/Tintin’ houdt op te bestaan in 1988 verschijnt er in het Brussels metrostation Stokkel een fresco van twee keer 150 meter – op basis van een tekening van Hergé – met alle personages uit de reeks figureren.

Om zijn wat zwakkere tekenkwaliteit te maskeren, ontwikkelde Hergé een techniek die een eigen leven is gaan leiden: de klare lijn. In deze stijl worden niet of nauwelijks schaduwen of kleurverloop gebruikt en worden elementen van een tekening met duidelijke zwarte lijnen begrensd. Hergé besteedde veel zorg aan zijn tekeningen en dat valt eraan af te zien: heldere afbeeldingen waarin de actie in één oogopslag duidelijk is.

Hergé raakte in een politiek conflict betrokken toen hij het ware verhaal van de aanval van Japan op China in het Kuifje-album De Blauwe Lotus probeerde te vertellen. Weinigen in Europa hadden op dat moment van de ware toedracht gehoord.

De Blauwe Lotus is een keerpunt in de ontwikkeling van Kuifje. Dit was het eerste album waarin Hergé ook nauwgezet onderzoek deed naar de wereld waarin zijn verhalen zich afspeelde. Daarvoor verzon hij auto’s, schepen en gebouwen vaak zelf en maakte hij culturen en volken tot stereotypen.

Dankzij deze stereotypen en latere vergissingen, wordt Hergé nog vaak gezien als racist, temeer omdat hij Leon Degrelle, dé Belgische aanhanger van Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog, gekend heeft voor deze in de politiek stapte.
De net genoemde vergissingen haalde Hergé er bij de herwerkingen van zijn albums systematisch uit, al blijven ze hem achtervolgen. Zeker het voorval in De geheimzinnige ster, waarbij hij de naam Blumenstein liet vervangen in Bohlwinkel. Hergé wou de Joods klinkende naam van de schurk (met een behoorlijk ‘Joodse neus’) vervangen, maar de vervanging – wat gewoon Brussels is voor een soort snoepwinkel – bleek ook Joods te zijn.

Andere twijfelachtige kenmerken bleven ongeschonden, of werden vervangen door andere twijfelachtige kenmerken. Amerikanen waren de boeven in De geheimzinnige ster, die verscheen onder het toeziend oog van de Duitse bezetter, waardoor hem soms ook collaboratie met de nazi’s in de schoenen geschoven wordt. Ondanks dat het bewijs al meermaals geleverd is dat Hergé geen uitgesproken mening had over zulke zaken, blijven sommigen hem echter betichten van racisme en collaboratie.

In 2005 werd Hergé genomineerd als één van de 111 kansmakers op de titel “De Grootste Belg”. In de Vlaamse versie eindigde hij op nr. 24, in de Waalse op nr. 8. Hergé ligt begraven op de ‘Begraafplaats van Dieweg’ in Ukkel in Brussel.

Kuifje is de naam van de (fictieve) hoofdpersoon in een serie stripverhalen gemaakt Hergé. De eerste strip verscheen op 10 januari 1929. Het eerste stripalbum van Kuifje is Kuifje in het land van de Sovjets. De afbeeldingen zijn volledig in zwart-wit, latere albums zullen in kleur verschijnen. De oorspronkelijke, Franstalige naam van Kuifje was Tintin. De eerste vertalingen van Kuifje in het Nederlands verschenen pas tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Kuifje is een verslaggever die in Brussel woont. In zijn eerste avontuur gaat Kuifje voor journalistiek werk naar de Sovjet-Unie. Ook in Kuifje in Amerika gaat Kuifje op avontuur om verslag te doen. Kuifje is een beoefenaar van de bokssport en heeft een zeer brede interesse in politieke en wetenschappelijke zaken.

Vooral de eerste albums hebben een politieke lading maar er is ook zeker plaats voor humor. Deze balans is kenmerkend voor de Kuifje-strips. De afbeeldingen van auto’s, gebouwen, vliegtuigen en zelfs hele steden in de Kuifje-strips berusten allemaal op de werkelijkheid. Maar de studie en onderzoek die dit vergde kostte Herge een enorme hoeveelheid werk, waar hij geestelijk zelfs bijna aan onderdoor ging.

Ook werden enkele tekenfilms van speelfilmlengte gemaakt, en korte tekenfilms gebaseerd op de albums. In de jaren zestig verschenen er ook twee echte speelfilms over Kuifje, Het Geheim van het Gulden Vlies en De Blauwe Sinaasappels. De sfeer van de stripverhalen is daarin zeer goed te proeven.

Daarnaast verschenen onder meer ook heel wat nieuwe (Belgische) postzegels en boeken over Kuifje, en een nieuw album, Kuifje en de Alfa-kunst, waarin het onvoltooide laatste verhaal van Hergé (schetsen en pentekeningen) is opgenomen.

Van 1946 tot 1992 bestond er ook een stripweekblad met de naam Kuifje.

Kuifje-films zijn:

  • Kuifje en het Haaienmeer
  • Het Geheim van het Gulden Vlies
  • Kuifje en de Blauwe Sinaasappels

Van alle stripalbums (met uitzondering van Kuifje in het land van de Sovjets en Kuifje in Afrika) is een tekenfilmserie gemaakt. Er zijn vele parodieën op Kuifje gemaakt, meestal met een politieke of seksuele inhoud, bijvoorbeeld het album Kuifje in Zwitserland van Efdé. Verder duikt Kuifje zeer sporadisch op in andere stripverhalen, bijvoorbeeld in een avontuur van De 4 helden van François Craenhals.

Jo, Suus en Jokko is een stripreeks van Hergé, getekend in opdracht van het Franse tijdschrift Cœurs Vaillants. De opdracht was een stripreeks te maken rond een normale jongen met een gezin, een vader, moeder en zusje, en een huisdier. Men wou de jeugd niet alleen met Kuifje confronteren, die men op familiaal vlak geen voorbeeld vond, omdat er in de albums nergens familie van hem voorkomt, en dit stoorde de Franse redacteurs.

Hergé maakte dan uiteindelijk ook zo’n reeks, maar in vergelijking met Kuifje zijn de drie avonturen van Jo, Suus en het wel erg aparte huisdier – een chimpansee – Jokko (of Jocko) weinig zaaks. De kwaliteit wordt dan ook vaak betwist. Ook Hergé vond zich niet in deze opgelegde vorm van werken, en stopte na deze 3 avonturen (de eerste 2 zijn verspreid over elk 2 albums) dan ook met de reeks.

Albums

  1. Het testament van Mr. Pump
  2. Bestemming New York
  3. De Manitoba antwoordt niet meer
  4. De uitbarsting van de Karamako
  5. De Najavallei

Quick & Flupke is een strip van Hergé. In 1930 creëert Hergé met Quick & Flupke twee Brusselse straatbengels die kattenkwaad uithalen en wel altijd iets breken, in de war sturen of de plaatselijke politieagent zijn rustige ronde verstoren.

In de jaren tachtig komen er enkele nieuwe en hertekende strips van de hand van Johan De Moor, zoon van Bob De Moor, de vaste medewerker van Hergé. Er wordt ook een reeks zeer korte tekenfilms gemaakt.

Albums

  1. Verboden spelletjes
  2. Niks aan de hand
  3. Hoogspanning
  4. Alle zeilen bij
  5. Ieder op zijn beurt
  6. Erop of eronder
  7. Pardon, mevrouw
  8. Leve de vooruitgang
  9. Wat een ramp!
  10. Vuurwerk!
  11. Pure bluf
  12. Riemen vast

Advertenties

Chatten met bloggers.

Zoals elke zondag kan er ook deze avond weer gechat worden met andere bloggers. De chat start nog steeds om 21:00 (Belgische tijd uiteraard) en word nog steeds gemodereerd door de weledele Donder. Je bent ook in het bezit van een blog en wil wel eens nader kennis maken met andere blogger dan voeg je gewoon in MS Messenger blog_room@hotmail.com toe bij de contactpersonen. Misschien dan Veke, Annelien, Lizette, Diede, Cadillacman en Luc ook weer van de partij.

Terug !

Ik ben terug !

Neen, ik heb geen boeken gelezen of een grote puzzel gemaakt (zie vorige post) maar onze pc is kapot geweest.
Dinsdag, na een echte baal-dag, kwam ik thuis om te merken dat onze pc niet meer aan ging. Ik schrok er niet van : want het was zo’n dag. Wij, die er niet veel van kunnen, hebben alles geprobeerd wat onze kennis toeliet maar het mocht niet baten. Gelukkig, dachten we, kwam er woensdagavond iemand om de dvd-writer te installeren en hij zou alles in orde maken. Helaas : de voeding van de pc was kapot, dus moest eerst een nieuwe gevonden worden. Bijkomstig probleem : het moest een oude zijn : 250 watt, 20 pinnen… De huidige zijn meer watt en 24 + 4 pinnen. Ik was donderdag thuis en ging op zoek gaan naar zo’n voeding toen ik opeens een bericht kreeg van mijne Pat : dat er op zijn werk nog een oude pc stond die weg mocht. Ik heb de gegevens door gegeven aan onze ‘hersteller’ en die liet me weten dat het wel zou lukken. Oef ! Hij ging nog diezelfde avond komen om alles in orde te maken. Toen het al na 20u30 was kreeg ik bericht dat hij er niet zou geraken, maar morgen (vrijdag- gisteren) zéker !
Hij is gisteren dan gekomen, heeft de voeding uit die oude pc gehaald en in de onze geprutst en onze pc werkte weer ! Hoera ! Hij had ook een harde schijf van 40 giga mee zodat we wat meer speelruimte zouden hebben wanneer we films willen kopiëren. De lieve schat. Maar dat betekend dat één schijf van 20 giga ,waar zo’n 13 giga op stond, moest overgezet worden naar die van 40 want er kunnen maar 2 harde schijven in de ‘kast’. Dat heeft zo’n 2,5 uur geduurd en we hebben onze vriend laten naar huis gaan terwijl het kopiëren bezig was want het zou echt te laat worden. Hij was dan nog niet voor 22 uur thuis. Hij heeft ook de hele week gewerkt en wilde, waarschijnlijk, ook wat tijd doorbrengen thuis, bij zijn vrouw. Hij komt volgende week, ergens, terug om die dvd-writer te installeren en het nieuwe scherm, een oude van mijn werk, af te stellen. Voor nu zijn we verholpen en doet de pc weer als vroeger. We zijn gelukkig ! De rest komt wel goed.

Ik had geen idee dat enkele dagen zonder pc zo’n impact zou hebben op onze routine en ons leven. Het is alsof je een deel van de buitenwereld verliest, alsof je blind bent op één oog en geen dieptezicht meer hebt.
Ik had tickets besteld voor het optreden van ‘The Who’ in Antwerpen en in mijn enthousiasme, heb ik de betaling, on line, uitgevoerd met het resevatienummer, in plaats van het overschrijvingsformulier af te wachten waarop een ander nummer staat. Ik had dat onmiddellijk gemeld in een mail en had een zeer verwarrend antwoord terug gekregen. Het geld was wel van mijn rekening naar die van hun gegaan. Toen viel de pc uit. Ik kon dus niet zien of de reservatie/betaling van de tickets door gegaan was. Ik zie nu dat er geen verdere berichten zijn gekomen, dus zal ik het bewijs van betaling doorsturen en hopen dat ik onze (goede) plaatsen nog heb. Quelle misére ! En dat natuurlijk op een moment dat ik geen pc had !
Ik kon niet zien of mijn vriendin/collega hier nu al iets heeft kunnen plaatsen, neen dus. Ik kon niet zien wat mijn goede vriend Stef allemaal geschreven had. We konden niets opzoeken in IMDB wat betreft films of acteurs. Pat kon niet mee doen aan spelletjes en zo dvd’s winnen. We konden onze mails niet controlleren en ik kon niet chatten …

Ik ben een beetje ziek : ik heb pijn aan mijn schoudergewrichten en mijn linkse sleutelbeen, daardoor kan ik moelijk mijn linker arm bewegen én ik kan moeilijk slikken (niet omdat mijn keel dicht zit). Echt vervelend ! Het is alsof ik enkele uren op mijn handen heb geleund, zoals vroeger tijdens het poseren. Maar toen ging dat gevoel weer weg na enkele minuten/uren en ik had geen last van slikken. Weer wat raars.

We gaan vanavond naar de Biekorf want er zijn optredens en we mogen foto’s nemen. Normaal zullen we ook veel vrienden terug zien. Hopelijk blijft de Apranax werken en heb ik niet te veel last. We gaan niet veel weg dus het moet weer eens passen dat ik niet 100 % ben. Maar ik zal het niet aan mijn hart laten komen en er het beste van maken. Verslagje volgt.

BTW
Great-Luky, hoe heb je het gesteld in Antwerpen op de tennis?
Je hebt het misschien al gezien maar het is me gelukt om mijn fotoke hierop te krijgen en ik weet nu hoe het moet. Toch bedankt !

The Clash

The Clash is een Britse punkgroep, die bestond van 1976 tot 1985. De groep wordt beschouwd als één van de belangrijkste punkgroepen aller tijden, die opvielen door hun sterke linkse kritiek en de mengelmoes van uiteenlopende stijlen die ze verwerkten in hun muziek.

Geschiedenis

De band bestaat uit Joe Strummer (21 augustus 1952 – 22 december 2002) (zang, gitaar), Mick Jones (26 juni 1956) (gitaar, zang), Paul Simonon (15 december 1955) (bas) en Topper Headon (30 mei 1955) (drums). In juni 1976 werd de groep opgericht. Manager Bernie Rhodes speelt hierbij een grote rol. Joe Strummer verliet the 101-ers en sloot zich op Rhodes’ verzoek aan bij Jones en Simonon in juni 1976. Drummer Terry Chimes (soms “Tory Crimes” genoemd) en gitarist Keith Levene waren ook in het begin lid. Vanaf dat moment heet de band “The Clash”.

Het eerste concert werd in de zomer van ’76 gegeven, in het voorprogramma van de Sex Pistols. Levene verliet al vrij snel hierna de groep. In de herfst tekende de groep een contract bij CBS Records en in 1977 werd het eerste album, The Clash, uitgebracht. Hierop stond hun eerste single White Riot. Chimes verliet de band, om vervangen te worden door Nicky ‘Topper’ Headon.

Met het derde album London Calling maakt de band zich los van de punk en laten ze meer muzikale invloeden horen, van hardrock tot ska tot jazz tot r&B. Het dubbelalbum werd geproduceerd door de producer Guy Stevens en in december 1979 uitgebracht. Het betekende de wereldwijde doorbraak van de band, en de titelsong London Calling groeide uit tot een rockklassieker. In 1980 volgde Sandinista!, een experimenteel driedubbelalbum, waarop The Magnificent Seven stond.

In 1982 kwam het vijfde album uit, het toegankelijke en uitermate succesvolle Combat Rock. De bekendste nummers van de band, Rock the Casbah en Should I Stay or Should I Go, waren op dit album te vinden en de plaat werd de bestverkochte uit hun carrière. Hierna viel de band uit elkaar door drugsverslaving (Headon) en meningsverschillen tussen Strummer en Jones. Eind 1985 wordt het laatste album Cut the Crap uitgebracht, waarna de band uit elkaar ging.

Should I Stay or Should I Go werd in 1991 nog een enorme hit (het nummer bereikt de top tien), toen het werd gebruikt in een reclame voor spijkerbroeken. In juni 2001 komen de vier leden van de band weer samen om de Ivor Novello Award in ontvangst te nemen, waarna de geruchten over een reünie toenemen. Op 23 december 2002 sterft Strummer echter aan een hartaanval. In de lente van 2003 wordt The Clash opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.


Bandleden

De klassieke line-up

  • Joe Strummer – zang, gitaar (ritme) (1976-1986)
  • Mick Jones – zang, achtergrondzang, gitaar (lead) (1976-1983)
  • Paul Simonon – zang, achtergrondzang, bas (1976-1985)
  • Topper Headon – zang, drums, percussie (1977-1982)
Andere leden

  • Terry Chimes – drums (1976-1977)(1982-1983)
  • Keith Levene – lead-gitaar (1976)
  • Nick Sheppard – gitaar (1983-1985)
  • Vince White – gitaar (1983-1985)
  • Pete Howard – drums (1983-1986)
Discografie

Studioalbums


  1. The Clash, 1977, CBS Records
  2. Give ‘Em Enough Rope, 1978, CBS Records
  3. London Calling, 1979, CBS Records
    • Black Market Clash, 1980 (compilatie van b-kanten), CBS Records
  4. Sandinista!, 1980, CBS Records
  5. Combat Rock, 1982, CBS Records
  6. Cut the Crap, 1985, CBS Records
  7. Clash on Broadway, 2004 Sony 3 CD box

Trivia

London Calling, het jaarlijkse Britpopfestival in Paradiso, is vernoemd naar het album en gelijknamige nummer van The Clash. Hierop spelen vele Engelse bandjes die vaak later doorbreken.

Joe Strummer (21 augustus 1952 – 22 december 2002) was een Brits rock-zanger. Hij kreeg vooral bekendheid als de zanger van de rockgroep The Clash.

Joe Strummer werd als John Graham Mellor geboren in Ankara, Turkije. Als zoon van een Britse diplomaat genoot hij opleidingen aan diverse privé-scholen. Hij ontwikkelde interesse voor gitaarmuziek. In de jaren zeventig werkte hij in de Londense muziekscene waar hij bekend onder de naam Woody (naar een van zijn helden Woody Guthrie) als pubrocker en straatmuzikant overleefde.

In 1976 woonde hij een concert bij van de rockgroep The Sex Pistols dat een diepe indruk naliet op hem. Strummer werd gevraagd door manager Bernie Rhodes een band te vormen met de gitarist Mick Jones en bassist Paul Simonon. Zij noemden zich The Clash. De drummer Topper Headon werd later gerekruteerd na vele audities. Het debuutalbum The Clash was en is een inspiratie voor vele (aspirant-) muzikanten. De opvolger Give ‘em enough rope werd ook in de V.S. uitgebracht, en maakte de weg vrij voor wereldwijd succes. In december 1979 kwam het dubbelalbum London Calling uit, dat nog steeds wordt gezien als een van de hoogtepunten uit de geschiedenis van de rock ’n roll. Sandinista! was een driedubbel-LP uit 1981, die met gemengde gevoelens werd ontvangen.

In 1982 behaalde The Clash hun commerciële hoogtepunt met het album Combat Rock, waarop onder andere de nummers Should I stay or should I go en Rock the casbah.

Nadien ging het bergafwaarts met de groep. Wegens zijn heroïneverslaving werd drummer Topper Headon uit de band gezet en datzelfde lot zou gitarist Mick Jones even later treffen, op het hoogtepunt van hun succes. Een weinig succesvol album volgde (Cut the Crap). In 1986 werd The Clash opgedoekt. Ondanks vele aanbiedingen voor reünieconcerten, is de groep hier nooit op ingegaan.

Strummer hield zich daarna bezig met acteren en met diverse bands. Hij produceerde een album voor the Pogues en verving de zanger ervan tijdens een tournee. Hij stierf volkomen onverwacht op 22 december 2002 op 50-jarige leeftijd aan een onvermoede hartaandoening, terwijl hij bezig was met het mixen van de laatste cd van zijn band Joe Strummer and the Mescaleros. Ook waren er voor 2003 nog veel concerten en activiteiten gepland, onder andere een concert in Zuid-Afrika, in samenwerking met Nelson Mandela, in het kader van de aids-bestrijding.

Ter nagedachtenis aan Joe Strummer gaat de Britse milieuorganisatie Future Forests op het Schotse eiland Skye een bos aanplanten. Strummer was een van de oprichters van Future Forests. De na zijn dood opgerichte stichting Strummerville zet zich in voor het realiseren van oefenruimtes voor beginnende bands.

Michael Geoffrey Jones (Brixton, 26 juni 1955), beter bekend als Mick Jones, is een Engelse gitarist en zanger, vooral bekend door zijn werk met The Clash. Hij moet niet verward worden met de andere Mick Jones, die gitarist en zanger was bij Foreigner.

Jones werd geboren in Brixton, Londen, Engeland als zoon van een vader uit Wales en een Joods-Russische moeder. Voordat hij The Clash mede-oprichtte was Jones lid van de proto-punkband London SS die slechts een demo opnamen en nooit hebben opgetreden.

Nadat London SS uiteenviel, probeerde Jones diverse nieuwe bandjes op te richten met zijn vriend Tony James maar zonder veel succes. Samen met Paul Simonon begon hij een band, vond in Joe Strummer een leadzanger en in Keith Levene een gitarist. Terry Chimes werd benaderd als drummer (later vervangen door Topper Headon) en de band werd gaandeweg bekend als “The Clash”.

Jones speelde leadgitaar, zong en was met Strummer coauteur van de nummers van de band, totdat Strummer en Simonon hem in 1983 uit de band zetten. Jones speelde op 5 van de 6 albums.

Big Audio Dynamite

Na zijn uitsluiting bij The Clash vormde Jones in 1984 Big Audio Dynamite, (vaak afgekort tot BAD), samen met regisseur Don Letts. Het debuutalbum van de band kwam in 1985 uit en het nummer E=MC2 werd populair in dance clubs. Nadien volgden nog enkele albums met BAD. Op het tweede album werkte Jones weer samen met Strummer. Gedurende de opnamen van het derde album kreeg Jones longontsteking en werd erg ziek. Na zijn herstel nam Jones nog een album op met Big Audio Dynamite alvorens de bezetting van de band te veranderen en door te gaan on der de naam Big Audio Dynamite II. Met de nieuwe samenstelling was de band relatief succesvol in de VS. De band werd in het midden van de jaren 90 wederom hernoemd tot Big Audio.

Recente projecten

Sinds 2005 werkt Jones samen met voormalig London SS en Generation X-lid Tony James in een nieuwe band, Carbon/Silicon. De band heeft een tournee door Engeland gemaakt en opgetreden op enkele antifascisme benefietconcerten. Ook werden er drie album opgenomen die echter nog niet verschenen zijn. De band moedigt haar fans aan om hun muziek te delen via P2P netwerken. Ook staan ze fans toe beeld- en geluidsopnames te maken van optredens. Hun eerste nummer, “MPFree” is een lijflied voor P2P filesharing.

Jones treedt ook wel op als muziekproducer, onder andere van de albums van The Libertines. Hij produceerde ook Down In Albion, het debuutalbum van Pete Doherty’s nieuw band Babyshambles. Doherty was voormalig gitarist van The Libertines.

All ‘Bout the Money

De enige echte hit van Anna Pernilla Bäckman, beter gekend als Meja. De videoclip werd heel vertoond op MTV en dat zal wel voor een deel het succes verklaren. Voor de opname van de videoclip werd trouwens een vreemde techniek toegepast: die werd namelijk op dubbele snelheid opgenomen. Daardoor moest Meja vlugger zingen dan normaal en dat kan je aan de clip wel zien.